Sponsors

Chiemgauer 100, wat een prachtige race! (update)

In aanvulling op het mooie verslag van Martine Hofstede nog een stukje over de Chiemgauer100. Ik ben niet zo’n begaafd schrijver als Martine maar wil toch even mijn enthousiasme over deze wedstrijd uiten.

Als lid van AV34 Apeldoorn dat in de afgelopen jaren een broeinest van trail en ultratrail-lopers is geworden, voelde ik me verplicht eens een 100 km trail te gaan lopen. Of een andere tot de verbeelding sprekende afstand.

De keus viel op de Chiemgauer100 omdat deze “ultra-bergtrail” in het Beierse dorp Ruhpolding plaats vindt waar ik regelmatig verblijf. Tijdens een van mijn trainingsronden daar was ik door ”einheimischen” op deze loop geattendeerd. Hoewel ik er al enkele jaren eerder op het internet met ongeloof en afgrijzen kennis van had genomen. Honderd kilometer met in totaal 4400 meter omhoog. Voor degenen die dit te kort vinden, is er nog de 100 mijl. Zij lopen vooraf aan de 100 km nog een extra lusje van 61 km en gaan al de middag tevoren van start.

Het heet de Chiemgauer100 maar je hebt op twee plaatsen in het parcours de mogelijkheid tijdens de loop te verkorten tot 68 respectievelijk 80 kilometer. Voor de 100 mijl lopers wordt het dan 129 en 143 km

De wedstrijd wordt georganiseerd door Giselher Schneider kortweg Gi genaamd, en zijn team van Sportclub Ruhpolding. Super goede organisatie zonder franje. Je krijgt veel waar voor je lage startgeld. Er worden ongeveer 100 lopers op de 100 km toegelaten en moet er geloot worden onder de inschrijvers. Ik had geluk.

Mijn voorbereiding bestond uit een normale marathontraining met de trainingsgroep van AV34 en een paar berg-trail-marathons in Duitsland. Maar dat is onvoldoende voorbereiding voor deze loop. Daarom in Ruhpolding op het parcours aan het trainen gegaan en thuis op de Veluwe duurlopen tot 75 km gedaan.

Zaterdag 28 juli is het dan zover. “s Morgens om vijf uur gaan de lopers vanaf de atletiekbaan in het donker van start met een lange dag voor de boeg. De temperatuur bedraagt dan al 18 graden.De eerste twee kilometers van het parcours zijn vlak en gaan onder andere over een wandelpad langs een uitgestrekte golfbaan. Daarna gaat het op een grindweg door het bos. Deze weg stijgt maar is nog goed “loopbaar”. Een mooie manier om in te lopen. Bij acht kilometer wordt het enigszins trailig met onder andere een korte steile afdaling op een over de helling slingerend traptredenpad. Hierdoor worden we ook geestelijk wakker geschud want het vereist enige concentratie. Hoewel het niets is in vergelijking met wat ons nog te wachten staat.

Na 12 kilometer gaat het pad kortstondig steil naar beneden om dan weer net zo steil naar boven te gaan. Hier heb je geen keus; hier moet je gewoon wandelen. Als de ergste steilte voorbij is, versmalt het pad zich tot een dertig centimeter breed paadje dat tegen een beboste helling geplakt ligt. Links gaat het steil naar beneden; rechts steil omhoog. Het paadje zelf gaat geleidelijk omhoog en golft op en neer. Je kunt hier in principe nog net hardlopen, hoewel er plekken zijn waar je door de steilte en de wat grotere op- en aftreden gedwongen wordt kortstondig te wandelen. Dus is in principe een leuk trailpaadje, maar… het paadje is nog gevaarlijker dan het er uit ziet, want je kunt een stuk grond wegtrappen en dan zelf meegaan in de afgrond. Met enig geluk val je dan na 50 meter tegen een van de vele beukenbomen en met pech pas na honderden meters. Daarom is er op veel plaatsen aan de bergzijde een staalkabel bevestigd om je aan vast te houden. Gi had ons in de routebeschrijving gezegd hier voorzichtig te wandelen maar het nodigt toch telkens weer uit tot hardlopen omdat het zo’n leuk trailpad is. Na enige kilometers zijn we van de afgrond weg en kan er zonder risico gerend worden. Hoewel; een paadje bezaaid met boomwortels en glibberige stenen kan je op je snufferd doen gaan.

Een paar kilometer voor Kaitlalm - een berghut- komen we op een grindweg die eerst nog iets stijgt maar weldra op een gering hellingspercentage daalt. Een prima weg om hard te lopen. Hier is het een kwestie van snelheid maken. Van hier tot aan de atletiekbaan kan er op normaal marathontempo gelopen worden. En dat is nodig om de gemiddelde snelheid alvast op te krikken die tussen kilometer 28 en 41 dramatisch zal gaan afnemen. Maar vooreerst kan ik hier lekker rennen en ik haal tot mijn verbazing velen in. Deze mensen lopen het gevaar veel verder in het parcours de cut-off times niet te halen.

Na bijna 27 km zijn we weer terug op de atletiekbaan, Waldstadion genaamd. Zo; dat liep lekker. Drinken, eten, naar de WC, een ander shirt aantrekken, de bidons vullen. Dit is iets te veel oponthoud, maar sommige dingen moeten nu eenmaal. De rugzak om en daar gaan we weer. Ik voel me nog helemaal fit. Maar dit was slechts een inloopronde; nu komt het echte (alpine) werk. De temperatuur is ondertussen flink aan het oplopen en zal uiteindelijk tot boven de dertig graden komen. Eerst nog een kilometer licht stijgend over een weide en dan door het bos steil omhoog om uiteindelijk met de tong tussen de knieën over een skihelling naar 1500 m hoogte te zwoegen. De beruchte Unternberg; een skihelling. Het woord steil komt vaak in dit verslag voor. Mijn excuses. Maar ik kan het niet vermijden want je komt het daar vaak tegen en dan niet als woord.

Dan volgt er een stuk dat er op de kaart niet al te moeilijk uitziet maar in de praktijk behoorlijk technisch is. Verbazingwekkend hoe een vierkante grond zoveel boomwortels en rare uit de grond stekende stenen kan bevatten. Overgoten met een saus van löss. De onweersbuien van de voorafgaande dagen hebben het glibberig gemaakt. Uiterste concentratie is hier vereist om op de been te blijven. Het profiel van mijn trailschoen-zolen heeft ondertussen zijn functie verloren doordat het gevuld is geraakt met kleimodder; en met nog een centimeter dikke plak van dezelfde prut eronder. Tussen kilometer 29 en 41 vliegen de minuten en zelfs de uren als een schaduw heen. Je spant je tot het uiterste in en komt toch maar langzaam vooruit. Steeds maar weer proberen om toch weer het hardloopritme op te pakken en over de obstakels te springen.

Vanaf de Branderalmhütte waar een miezerig klein straaltje bronwater de waterbehoefte van de lopers niet kan dekken, volgt een iets beschaafder stukje door het bos dat echter weldra overgaat in een zware beklimming: de Hörndlwand. Tussen km 27 en 42 is er geen verzorging door de slechte bereikbaarheid van het gebied

Om te zien waar het pad voor zover het een pad te noemen is, heengaat moet je je hoofd in de nek leggen. Hoog boven je zie je kleine figuurtjes zich langzaam naar de top bewegen. We zijn hier op zo’n 1800 meter en de lucht is dan al aan de dunne kunt. Stap voor stap zwoeg ik omhoog. Het “pad” dat tevens de functie van beek vervult, slingert zich tussen grotere rotsblokken en dennenstruiken door. Die zijn wel handig om je even aan vast te grijpen. Ik ben al vaker over dit pad gekomen, maar het lijkt door de warmte langer te zijn geworden. Na elke 5 stappen even stilstaan om uit te hijgen en goed door te ademen. Dit heeft niets meer met hardlopen te maken; zelfs niet met wandelen. De loopsnelheid is hier niet meer in kilometers per uur uit te drukken. Tenzij je er een komma voor zet. Boven aangekomen is er een plateau met alpenweide. Het uitzicht hier is grandioos maar ik heb er vandaag weinig oog voor. Het is erg heet en ik wil hier weg richting bos. Volgens de routebeschrijving zou hier een controlepost zonder verzorging zijn. Ik en niet alleen ik, ben dan ook aangenaam verrast als er toch verzorging blijkt te zijn. Een groepje jongelui heeft hier enkele jerrycans met water naar toe gezeuld. Grote klasse! Eén beker water voor elke loper. Verder is hier niets behalve de genadeloos brandende zon. Gauw wegwezen dus.

Een smal paadje door lang gras en vossenbesstruiken leidt over de bijna vlakke alm richting afdaling. Aan de in de begroeiing verstopte rotsen kun je trouwens behoorlijk je schenen stoten. Dan volgt de steile afdaling van de Hörndlwand naar de Röthelmoosalm. Een steil en extreem technisch paadje waar regelmatig zowel handen als voeten benodigd zijn. Soms is het moeilijk te zien waar het pad loopt. “Had ik nou toch maar mijn stokken meegenomen” is de gedachte die hier bij mij opkomt.

Eerst het serpentinepaadje met een bonte verzameling obstakels. Tijdens mijn trainingen lukte het me hier nog met hele kleine pasjes en tweebenige sprongetjes een soort hardloopritme vast te houden. Nu gaat het motorisch moeizaam. Warmte, dorst, vermoeidheid en ergernis dat het zo langzaam gaat. Ik vrees als dit zo door gaat, de officiële “cut-off times” niet eens meer te halen.

Dan begint het beruchte stuk met het “geröll”. Massa’s vuistgrote losse stenen bedekken het steile paadje. Onaangeraakt blijven ze net liggen, maar gaan naar beneden rollen op het moment dat je er op stapt. Ook dit stuk lijkt langer te zijn geworden. Dorst en vermoeidheid lijken geheugen en afstandsgevoel aan te tasten.  

Tot mijn frustratie word ik door twee lopers ingehaald en na enige tijd zie ik voor en achter me niemand meer. Waar is iedereen? Opgegeven? Of zijn ze me allemaal op een mysterieuze wijze voorbijgelopen? Ik vrees het laatste. Lichtelijk gedemotiveerd strompel ik verder. Maar daar zie ik de grindweg waar ook “der Brunnen” is. Koud bergwater smaakt heerlijk. Vanaf hier nog een ruime kilometer over de vrijwel vlakke grindweg naar de verzorgingspost van de Röthelmoosalm op 42 km. Eindelijk weer even lekker normaal rennen. Bij de verzorgingspost waar ik weer medelopers tref die ik eerder gezien heb, neem ik de tijd om uitgebreid te eten en te drinken en de bidons te vullen met sportdrank. De vermoeidheid trekt nu weg en zat waarschijnlijk vooral tussen de oren. Het alm-landschap hier is idyllisch maar ik moet weer verder. Nu volgt een grindweg door het bos naar de volgende post genaamd Jochbergalm. Deze weg gaat constant omhoog waarbij drie verschillende steilten elkaar afwisselen. Te steil om te lopen; dus wandelen. Niet al te steil; dus hardlopen. En zodanig steil dat het dilemma van lopen in 7 km/h of wandelen in 6 km/h zich voordoet. De stokkenlopers onder ons gaan in zulke gevallen over tot een stokondersteunde snelwandelpas wat niet zo mijn ding is. Dan ga ik liever hardlopen. Ook hier weer geen medeloper te bekennen. Die zijn bijna allemaal al uuuren geleden hier voorbij gekomen denk ik bij mezelf. Ik mag al blij zijn als ik de 68 kilometer nog haal. Ik haal één keer een loper in. Een uitgeputte 100 mijlen loper. Ik probeer zoveel mogelijk te rennen, maar achteraf blijk ik op dit stuk toch langzamer gelopen te hebben dan gewenst.

De laatste 500 m naar de berghut van Jochbergalm gaat nog net renbaar over een alpenwei. Boven aangekomen ervaar ik bij de controle annex verversingspost dat op dat moment nog niet de helft van de lopers hier is aangekomen. Ben ik dus toch niet zo heel slecht bezig. De zon gaat ondertussen regelmatig even achter de wolken schuil wat wel zo prettig is. Nog eens goed volgetankt. Zo, dat geeft weer moed. Ik weet dat er nu een technisch maar grotendeels loopbaar stuk komt en ik voel de drang in mij opkomen om eens flink gas te gaan geven. Met deze frisse moed is ook de behendigheid weer teruggekomen. Nu gaat het weer goed en ik haal velen in. Hier is het parcours zoals je je een alpentrail voorstelt. Dit betekent goed concentreren op de bodem en enig risico durven nemen maar op hele ruwe stukken enkele passen wandelen om vervolgens weer de loopbeweging op te pakken. De route kruist nu twee niet al te hoge bergkammen om uiteindelijk op een alm te komen die door een grindweg ontsloten is.

Daar is het 52 km punt waar je dient te besluiten af te slaan voor de 68 km route dan wel door te gaan voor de 80 of 100 km. Ik heb de keus snel gemaakt; 80 km moet te doen zijn. Vanaf nu gaat het bergaf over een smal grindweggetje naar Kohlstatt waar weer een verversingspost op ons wacht. Hoewel grindweggetje. Er liggen ook grotere brokken steen waar je beter niet op kunt stappen. Kohlstatt omvat slechts één huis en een paar schuren. De gezellige verversingspost die hier is ingericht, bevindt zich op 56 km en hier blijkt dat ik sinds de vorige controlepost 26 plaatsen in het klassement ben opgeschoven. Een aantal daarvan heeft waarschijnlijk voor de 68 km gekozen. Op het moment dat ik weer wil vertrekken, wordt ik aangesproken door Martine die daar net is aangekomen. Zij moet dus op de laatste 15 km ook snel gelopen hebben. Direct na deze post gaat het weer een trailpaadje op. Eerst door het bos; dan over een weide. Het paadje is hier zo smal dat het nog nauwelijks zichtbaar is. Door hoog gras tegen een skihelling op klauteren tot we weer een grindweg zullen bereiken. En voorover buigen; anders val je achterover. Er lijkt geen einde aan te komen. Maar eindelijk is de grindweg bereikt en kan er weer gerend worden. Wat is gewoon hardlopen toch een ontspannen bezigheid vergeleken met tegen zulke hellingen op strompelen.

Ik ben hier op ongeveer 58 km en weet dat tot km 75 vrijwel alles loopbaar is. Ik krijg goede hoop de 80 km op een nette manier te kunnen uitlopen. Ondertussen is de hemel geheel bewolkt geraakt en die wolken worden onheilspellend donker. Je komt vaak dezelfde lopers tegen die je inhaalt of door wordt ingehaald. Ene Andreas uit Karlsruhe loopt steeds bij mij in de buurt en vanaf hier besluiten we samen op te lopen, om en om op kop.

Als we bij Hocherbalm zijn barst het onweer los. In het bos is het donker en de regen komt met bakken uit de lucht. Binnen seconden ben ik kleddernat. Het regenjack uit de rugzak pakken heeft geen zin meer. Gewoon doorlopen. We gaan steeds harder lopen en halen meerdere lopers in die door de heftige regen en de ratelende donderslagen gedemotiveerd lijken. Ik ben nu zo nat dat nog natter niet mogelijk is. Zo hard mogelijk doorlopen om warm te blijven is het enige wat er op zit. Op een gegeven moment buigt de route af van de grindweg en gaat het pad gaat over in een uitgestrekte modderpoel met modder zoals je die bij de zogenaamde mudraces ziet. Een twintig centimeter dikke modderlaag met daar bovenop tien centimeter water. De enige meevaller is dat boomwortels en stenen hier slechts beperkt in de weg liggen. Het volgende zijpad waar we in hadden moeten gaan, zijn we al voorbijgelopen omdat we het pad voor een vijver hadden aangezien.

Dan komen ons twee lopers teruglopend tegemoet die de afslag ook hadden gemist. We lopen weer terug naar de “vijver” en inderdaad hangt er een lint. Dit is een nieuw stuk in de route dat pas enkele weken tevoren is ingevoegd. Vandaar dat ik het niet ken. Maar dit is werkelijk de route; we hebben geen keus. Gewoon er doorheen. Natter dan nat kun je toch niet worden.

Ik krijg nu zelfs plezier aan het lopen door modder en plassen. Maar daar is alweer een grindweg en weldra verlaten we het bos en gaan langs golvende weiden richting Maria Eck. Het regenen is ondertussen opgehouden en de hemel klaart weer op. Stilte en rust en mooie uitzichten. De route is landschappelijk gezien bizar mooi. In de verte zie ik weer twee lopers. Een mooi richtpunt om naar toe te lopen.

Het gehucht Maria Eck is een bedevaartoord bestaande uit een kerk met klooster, een boerderij en een restaurant. Verder is er een parkeerterrein waar meestal honderden auto’s staan maar nu geheel leeg is. De weg is hier bedekt met het zwarte spul dat asfalt heet. Lange tijd niet gezien en er op lopen blijkt heel makkelijk te gaan. Maar de route buigt af op een onverhard paadje evenwijdig aan de weg. Anderhalve kilometer verder staan nog een paar huizen en bij één ervan zijn oprit en garage als verzorgingspunt ingericht. Dit is het 66 km punt. Na dit contact met de bewoonde wereld duiken we weer het bos in.

Tussen km 67 en 73 loopt een prachtig singletrack pad door het bos. Dit is wat een trail behoort te zijn. Het slingert door het bos met her en der wat stenen en boomwortels die echter in de hardlooppas kunnen worden ingepast. Ik voel nu geen enkele vermoeidheid; en heb het gevoel zo nog uren te kunnen lopen. Maar ik moet oppassen voor teveel euforie want de ervaring heeft mij geleerd dat dat snel kan omslaan. Mijn “laufkumpel” krijgt moed voor de 100. Er is hem veel aan gelegen de 100 km te lopen omdat hij de drie UTMB punten die dat oplevert, nodig heeft.

In de verte kun je de boerderij in het buurtschap Egg waar de volgende verversingspost is, al zien liggen. Maar eerst nog een stukje omhoog door de weilanden. Bij deze post op het 75 km punt bestaat de mogelijkheid te verkorten tot 80 km. En lopers die daar na 18:15 arriveren, zijn zelfs verplicht het bij de 80 km te houden.

Ik had mij van te voren voorgenomen niet na 21:00 te finishen. Ik wil namelijk op tijd naar bed. Omdat de resterende 25 kilometers over onder andere de bijna 2000 meter hoge Hochfelln nog minimaal 4 uren zouden vergen, betekent dit dat ik uiterlijk om 16:30 bij km 75 dien te zijn. Alleen in dat geval zal ik doorgaan voor de 100 km.

Om half zes arriveren we daar zodat voor mij de keus automatisch op de 80 km valt. Ook hier was de garage weer ingericht als verversingspost. De vriendelijke vrijwilligers zorgen voor een goede stemming.

Nog drie kwartier binnen de officiële cut-off time is het voor Andreas nog doenlijk om voor de sluitingstijd van 23:00 te finishen. Even komt de gedachte op om toch mee te gaan voor de 100 km. Maar ik moet me aan mijn eigen regels houden. Ik heb bewust geen hoofdlamp meegenomen zodat ik die gedachte snel kan laten varen. We nemen afscheid en hij begint de klim richting Hochfelln. Ik hoef nog slechts 5 kilometer naar het Waldstadion.

Maar op vier kilometer van de finish komt er nog een klein toetje in de vorm van een rare afdaling die ik ken van drogere tijden en dan al een hele klus is. Na de heftige onweersbui is het als een zeephelling geworden. Ongeveer 100 meter naar beneden over een kronkelig paadje door een dichtbegroeid bos. Achterste voren op handen en voeten naar beneden glibberen. Gelukkig is de helling dicht begroeid met jonge bomen die zich goed aan de stam laten vastpakken. Ik heb niet meer op de tijd gelet; maar voor mijn gevoel een half uur bezig geweest om een afstand van 100 meter te overbruggen. Je blijft er in elk geval lenig door. Dat is sowieso al een voordeel van trailrunning. De afwisselende bewegingsvormen geven kramp en verstijving minder kans.

De laatste drie – bijna vlakke - kilometers zijn goed te doen en geheel tegengesteld aan wat ik tevoren verwacht had, loop ik vlot en ontspannen naar de atletiekbaan.

Mijn supporters die mij bij de finish staan op te wachten, zijn verbaasd over mijn fitheid. Na menige loop heb ik me slechter gevoeld dan nu. Ik voel me zelfs helemaal niet moe en de benen voelen ook nog soepel. Onbegrijpelijk maar prettig. Nog nooit zo ver en zo lang gelopen en je toch fit voelen.

De prijsuitreiking vond de volgende morgen om tien uur plaats. Tevens was er een tombola op startnummer waarbij iedereen een prijs kreeg, variërend van een paar sokken tot een rugzakje. Zo kun je iedereen tevreden naar huis doen gaan. De mij bekende 100 km lopers heb ik daar echter niet gezien. Die sliepen waarschijnlijk nog. Dat krijg je ervan als je laat naar bed gaat.

Conclusie

Een mooie en zware trailrun met een aantal zeer technische stukken en natuurlijk de nodige steile hellingen. Het parcours is heel afwisselend en voert door een prachtig ongerept alpenlandschap van bossen en bergweiden. En steeds weer mooie uitzichten. Vrijwel nergens ben je in de bewoonde wereld.

Je bent een lange dag in touw en daartoe dien je geoefend te zijn. Zelfs om op dit parcours de achtenzestig kilometer die in dit verband als weinig klinken, uit te kunnen lopen, dien je goed getraind te zijn. Maar als je veel tijd en moeite in de voorbereiding kunt steken en enige alpine ervaring hebt, is deze loop te doen.

Overal waar je maar enigszins kunt hardlopen, dien je hard te lopen om het tijdsverlies op de steile en technische stukken te compenseren. De organisatie is uitstekend. En de kleinschaligheid van het evenement zorgt voor een prettige sfeer. Ik heb er een fantastische dag beleefd en hoop er de volgende keer weer bij te kunnen zijn.

 

 


Hier nog het oorspronkelijke verslag van Martine:

Begin juli wist ik pas dat ik mee mocht doen aan de Chiemgauer 100 km bergloop. Langste afstand tot dan gelopen dit jaar was 54 km. Maar op een of andere manier ging deze race gelijk in mijn systeem zitten. Ik wilde graag de race uitlopen ondanks dat ik wist dat het een hele kluif ging worden. 100 km, 4400 hoogtemeters en wat bleek zeer zware stukken met name in de afdalingen.

Lees het verdere verslag van Martine Hofstede op Runtodream

 

Berichttype: 

Reacties

We nodigen je uit je reactie te posten of vraag te stellen. Op die manier kunnen we als community elkaar inspireren en van elkaar leren. De redactie heeft het recht kwetsende of zuiver commercieel geladen boodschappen van het forum te verwijderen.

maar een vraagje: is een hoofdlamp niet een verplicht attribuut bij zo'n rondje 100?

afbeelding van martin

Er is daar niets voorgeschreven; enkel aangeraden. Je wordt geacht zelf de eisen en risico's van zo'n loop te kennen.
Je tekent daar voor bij de start een verklaring.

Martin

Sponsors

Loop van Vlaanderen

Neem deel aan de UHT OPEN

Suunto Ambit

Webshop UltrAspire

site: IanusWeb