MudSweatTrails - Het platform van en voor trailrunners in de Benelux

Het platform voor Nederlandstalige trailrunners met actueel nieuws, know-how, reviews, trail events en de meest complete trailkalender

MudSweatTrails op InstagramVolg MudSweatTrails via TwitterMudSweatTrails op FaceBooke-mail MudSweatTrailsdoorzoek mudsweattrails.nl

Dutch Runners - partner van MudSweatTrails

In the Spotlight


PETZL Reactik Plus

 

 

Sponsors

 

Olne-Spa-Olne 27 november 2011

Memento audere semper. (Blijf beseffen dat je het altijd moet proberen.)

Om twaalf over acht wuift de bestuurder van een witte bestelwagen naar ons. De lopers om mij heen snappen dat dit het startteken is van Olne-Spa-Olne 2011, zij beginnen te lopen en dus loop ik maar mee. Geen idee wat me te wachten staat vandaag. Niet voor wat de wedstrijd betreft. Het parcours zou lijken op dat van 2010 en dus heb ik dat wat verkent via Google-earth, maar daar hield de parcourskennis ook wel mee op. Voor waar ik zelf toe in staat ben vandaag heb ik al helemaal geen idee. Na m’n winst in de Trail des Fantomes in augustus heb ik een aantal weken doorgetraind met een gebroken voet en daarna vier weken niet kunnen lopen. De afgelopen weken het trainen wel weer goed op kunnen pakken, maar door heel veel verschillende redenen begin ik met weinig vertrouwen aan mijn race.

Startnummer Thomas Dunkerbeck voor Olne-Spa-Olne 2011

Olne-Spa-Olne 2011 - Start in de vroege ochtend met Thomas Dunkerbeck

De eerste kilometers volgen we de bestelbus. Het parcours gaat over asfalt en boerenlandwegen en het tempo van de voorste lopers kan ik goed volgen. Na een lange afdaling worden we een lange steile klim opgestuurd. Mijn hartslag gaat van de inspanning, maar meer nog van het plezier, omhoog: als het zo op en neer gaat dan vermaak ik me wel! Boven aangekomen volgt een smal pad door weilanden. Aan het einde van de weilanden aangekomen zie ik de eerste lopers terugkomen. Zij zien geen linten en krijt meer. De hele meute keert om en al snel staan er wel een man of 150 druk te praten en roepen. Een deelnemer praat in rap Frans met enkele anderen en beginnen weer te lopen in de richting waar we oorspronkelijk naartoe liepen. Ik besluit mee te lopen en na een lange, leuke afdaling komen we op een grote doorgaande weg. De voorste loper wuift ons naar rechts en al snel zien we in de verte een lang lint van lopers ons pad kruisen. Mooi K*t: zo loop je in de voorste regionen, zo loop je achteraan. Wanneer we ons mengen onder de lopers die wel goed zijn gelopen begint de weg al weer behoorlijk op te lopen, asfalt wordt steenslag, steenslag wordt een heel smalle steile trail. Uit pure frustratie over het verkeerd lopen en omdat simpelweg niet in zo’n groot pak wil lopen geef ik flink gas. Met grote passen en een bijna maximale hartslag kom ik boven en tot mijn grote genoegen voelt het lekker en zijn er nog maar weinig lopers om me heen.

De kilometers die volgen zijn relatief vlak en over makkelijk terrein. Binnen een half uur vormt zich opnieuw een groep van een man of zes die met een hoog, misschien wel te hoog tempo voor mij, tegen de wind in boksen. Mijn hartslag blijft aan de hoge kant maar omdat we de eerste 25 kilometer veel tegenwind zullen hebben en het hard waait besluit ik me zo lang mogelijk te handhaven in de groep (waarvan ik op dat moment niet eens zeker weet of het de kopgroep is). We lopen van Banneux naar Adzeux over brede landwegen of asfalt en ik begin me langzaam aan af te vragen of dit wel mijn wedstrijd zal worden. Ik had heel erg op veel klimmen en klauteren gehoopt. Relatief lage snelheden en technisch lastige paden liggen me veel beter dan het snelle terrein waar we nu lopen. Juist wanneer ik twijfel aan de haalbaarheid van deze 65 kilometer draaien we scherp naar links en begint een hele lange, niet al te steile klim. Op de klim blijf ik dicht achter het grote lichaam van “de man in het wit” lopen. Tegen de wind in fungeerde hij als goede windvanger en nu loop ik prettig in gelijke tred met zijn pasfrequentie en paslengte. Hoe langer de klim duurt, hoe meer m’n hartslag daalt. De dalende hartslag neemt m‘n twijfel weg. Hardop lees ik de tekst die ik samen met andere inspirerende woorden op m‘n arm heb geschreven -Memento audere semper-. Wat nou twijfel, gewoon blijven proberen!

Oppeppende teksten op de arm van Thomas Dunkerbeck tijdens de Olne-Spa-Olne Trail 2011

Als groep lopen we langs post één. Simon, m’n morele en steun verzorger, roept dat er nog een paar lopers kort voor ons zitten. De kilometers die volgen gaan door open terrein en het lukt me niet meer om met de anderen mee te lopen. Na Becco gaat het open terrein over in een technische afdaling door bos en in no-time loop ik weer dicht achter de kopgroep. Op een korte asfalt klim loop ik naar ze toe en op de vlakke weg die volgt heb ik een kort gesprek met Bram van Rijswijk (uiteindelijk 2e). Hij vertelt dat het dalen nog niet zijn grootste kwaliteit is en ik “beken” dat het vlakke juist niet bij mij past. Wat volgt is één van de langere klimmen van de wedstrijd. Ik laat de anderen hier definitief bij me weglopen. Vanaf hier zal ik m’n eigen wedstrijd moeten lopen. Boven aan deze klim draait het parcours van de wind af en daarmee praat ik goed dat ik het tempo gewoon niet meer kan volgen.

Een paar kilometer voor Spa belt Annette me op, kort wenst ze me heel veel succes en hoor ik Mirre en Jette op de achtergrond spelen: heerlijk, even kort die afleiding. Bij een grote doorgaande weg komend wacht Simon me op, vanaf hier zal hij een stuk mee biken op de MTB. Op zijn vraag hoe het gaat antwoord ik met een karakteristieke Mmwha. Lachend roept hij me toe dat ik gelukkig al aan het klagen ben: dan gaat het ten minste goed!

Na de lange klim vlak voor de verzorging in Spa word ik ook nog eens blij verrast door Rob die langs de kant me aanmoedigt. Fantastisch dat je helemaal naar Spa rijdt om even te klappen voor een hardloper.

Bij past twee vult Simon snel mijn drinkzak en binnen anderhalve minuut loop ik alweer. De tien kilometer die daarna volgen zijn verschrikkelijk. Ik loop door een lange donkere tunnel en heb alleen nog maar negatieve gedachten. Ik verwijt mezelf dat ik veel te snel ben gestart en dat ik me opnieuw heb op laten naaien door betere lopers. Leer ik het dan echt nooit? Simon rijdt naast me en steunt me op de manier zoals alleen hij dat kan. Hij zegt weinig maar wat hij wel zegt is raak en waar: ik ben wel ingehaald door een paar man, maar m’n tempo blijft redelijk gelijk, blijf eten en drinken dan komt de energie vanzelf terug. Memento audere semper.

Op een lange afdaling met her en der losse stenen komt er weer iets van een goed gevoel terug. Onderaan de helling loop ik in op één van de mannen die me afgelopen uur hebben ingehaald. Op de klim die volgt haal ik hem in en zal hem nooit meer terugzien.

Olne-Spa-Olne 2011 - Afdaling van Thomas Dunkerbeck

Simon is ondertussen terug naar de auto, in Pepinster zie ik hem als het goed is weer. Het lopen begint weer leuk te worden en het voelt als een kleine overwinning dat ik precies bij de marathonafstand op m’n Garmin kijk: 3uur en 41 minuten, best netjes. Nog maar 23 kilometer te gaan. Ik voel de kracht in m’n benen steeds meer terugkomen. Ik voel me weer lekker en m’n hoofd voelt zelfs even helemaal leeg, iets wat de afgelopen weken niet eerder is voorgekomen. In de verte komt er een MTB'er aan gefietst, wanneer hij dichtbij is zie ik tot mijn grote vreugde dat het Rob is. Wouw! Dit had ik totaal niet verwacht. Ik vertel hem kort hoe het ging tot nu toe en hij verteld me op zijn beurt dat er voor me iemand loopt in een rood jasje die redelijk dichtbij is. Met nog meer energie loop ik door en op een klim zie ik plotseling het rode jasje in de verte voor me. Mijn benen beginnen nu pas echt op stoom te komen. Het geloof is terug. Ik denk aan één van die andere teksten op mijn arm: het motto van de Special Air Service: Who Dares Wins. Niet dat ik opeens aan winnen denk, maar wel aan een overwinning op mezelf. Zou het me lukken om na zo’n dip opnieuw de strijd aan te gaan? Om deze strijd met mezelf om te keren naar een strijd tegen en met anderen? Bij verzorgingspost drie zit het rode jasje op een stoel. Ik pak snel wat stukken banaan en loop binnen een minuut door. Wederom een plaats gewonnen. Ook deze concurrent zie ik tijdens de race niet meer terug. 46 kilometer gelopen vanaf hier wordt de omgeving steeds mooier en de trails steeds mooier. Tot aan Pepinster geniet ik allen maar. In Pepinster reikt Simon me wat gelletjes aan en na Pepinster brengt een heel mooi zigzag pad me loodrecht omhoog. Op die klim voel ik me helemaal in m’n element. Met grote stappen en duwend op m’n knieën kom ik met een glimlach boven.

Een stukje verder geeft m’n horloge 55 kilometer aan. Nog tien kilometer te gaan. De finale is begonnen. De route is bijna nergens meer vlak. De ene helling wordt direct gevolgd door een afdaling. Het technische gehalte neemt ook toe. Genieten! Ik loop nu op plaats zes en heb het gevoel dat daar niet zoveel meer aan kan veranderen, maar een klein stemmetje roept me iets toe. Het is de stem van Mohammed Ali: impossible is nothing: De laatste woorden op m’n arm. Met deze woorden in m’n hoofd probeer ik nog een keer aan te zetten. Het aanzetten is van korte duur, maar het lukt me wel om door te blijven gaan. Om na elke helling direct weer tempo te maken. Vlak voor de laatste post zie ik Simon weer. Hij verteld dat het nog vijf kilometer is. Ik schrik, m’n Garmin geeft 64 aan en al ben ik omgelopen in het begin, dit had ik niet verwacht. Hij verteld er nog bij dat de nummer vier en vijf op twee en een halve minuut lopen. Wat heb ik daar nu weer aan, dat is veel te ver. Bij de post vraag ik ongelovig aan de organisatie of het klopt. Hij ziet waarschijnlijk de angst in m’n ogen want hij kijkt zeer medelevend maar knikt dat het klopt. Ik drink wat cola en loop met een verslagen gevoel door.

Het verslagen gevoel wordt nog versterkt door de regen die harder neerkomt dan de periode daarvoor. Door de wind krijg ik het snel koud. Ik loop op de zesde plaats en begin te twijfelen of ik dit wel vast kan houden als plots in een afdaling er iemand voor me loopt. Ik besef dat ik een tijdje in trance heb gelopen en bij het voorbij lopen herken ik de loper als iemand uit de kopgroep in de eerste 20 kilometer. Vlak daarvoor loopt de nummer vier. Het pad loopt omhoog, ik check m’n Garmin: 67 kilometer. Dit moet de laatste helling zijn, het kan niet anders. Nog één keer zet ik alles op alles. Ik kijk naar de man voor me en trek hem naar me toe. Wanneer ik er vlak achter loop is hij boven en kijkt om… Tien meter was het, minder is het niet geworden. De laatste kilometer verloor ik meter na meter, maar zeer trots en blij finishte ik na zes uur en één en twintig minuten op de vijfde plaats.

Olne-Spa-Olne 2011 - Thomas Dunkerbeck na een knappe 5e plek.

Berichttype: 

Sponsors

site: IanusWeb