In oktober 2011 schreef ik in ‘Eenzame uren’: “voor volgend jaar heb ik vooral reportages en expedities op de planning staan, geen wedstrijden.” Maar toen ik in januari van dit jaar een uitnodiging kreeg om met de Ultra-Trail Mont Blanc (UTMB) mee te doen, twijfelde ik. Daar zou ik supergraag aan mee doen… maar ja, voor eind augustus had ik al een reportageklus op de planning gezet, dus jammer dan, geen UTMB.
Tot eind maart mijn hele werkplanning overhoop gegooid werd en ik opeens wel de mogelijkheid had om deze zomer te trainen! Nog tijdens de slot-dagen van mijn ski-expeditie door Zweeds Lapland begon ik mijn looptraining weer op te pakken. Weliswaar met lompe zware sneeuwlaarzen – ik had natuurlijk geen trailschoenen mee op expeditie – maar dat mocht de voorpret niet drukken!
Het allerbelangrijkste bij de voorbereiding op een grote wedstrijd is dat je er vreselijk veel zin in hebt. En dat enthousiasme moet je vervolgens al die maanden zien vast te houden. Daartoe koos ik een aantal ingrediënten:
-Zorgen voor een afwisselend en aantrekkelijk trainingsparcours
-Specifieke berglooptraining
-Zorgvuldige trainingsopbouw en belasting
-Verkenning van het wedstrijdparcours
-Drie testwedstrijden
-Acclimatiseren
Een afwisselend en aantrekkelijk trainingsparcours voor mijn dagelijkse trainingen heb ik redelijk dicht bij huis in de Schoorlse Duinen. Wat zeg ik, een TOP trainingslocatie. Afwisselend, stil, heuvelig en zwaar. Grappig vind ik de vele verbaasde gezichten, als je mensen vertelt dat je in Nederland de basis legt voor grote berglopen in de Alpen. Toch is dat niet onmogelijk, laat staan ingewikkeld. Schoorl kent vele duintoppen, sommigen tot een hoogte van 50 m, en zo heb ik verschillende rondjes waarin een aantal van die duinen zitten. In mijn 10-km ronde zitten bijvoorbeeld zeven serieuze duintoppen en die ‘doe’ ik dan per duin bijvoorbeeld vijf keer. Zo bouw ik dan in een training van 3 uur zomaar 1100 hoogtemeters in. Mooie intervaltraining waarbij ik mijn beenspieren al klaar stoom voor het ‘echte’ werk in de Alpen. Want natuurlijk is het heel wat anders om twee uur achterelkaar omhoog te lopen en een vol uur af te dalen!
In de bergen rondom het Zwitserse Kandersteg (Berner Oberland) heb ik in juli 10 dagen het specifieke en langere bergloopwerk getraind, waarbij je urenlang alleen maar klimt of afdaalt. Door de trainingen in Schoorl kan ik in de Alpen meteen stevig uitpakken. Ik probeer ook in de Alpen de afwisseling erin te houden door eens per week een lange langzame duurtraining te doen van 6 tot 10 uur, daarnaast wissel ik snelheid af met hoogtemeters. Dat wil zeggen, soms een kortere training van anderhalf uur waarbij ik op een vlak stuk in het dal tempowerk doe (4 minuten hard en 2 minuten herstellen en dat dan 10x) en andere keren een zware training waarbij ik in de bergen 1500-2000 hoogtemeters maak, waarbij ik soms rustig afdaal over technische stukken, soms hard naar beneden dender.

Tijdens deze Alpentrainingen liep ik met het materiaal waarmee ik de UTMB wil lopen. Zo testte ik de rugzak (met het gewicht waarmee ik straks zal lopen), de schoenen en zelfs de kleding. Qua schoenen was de keus niet moeilijk: de Salomon S-Lab XT-Wings (met de zool voor harde ondergrond) bevalt mij al jaren uitstekend als wedstrijdschoen. Daarover draag ik korte gaiters (ook van Salomon) zodat ik niet zo vaak steentjes in m’n schoen krijg. Verder gebruik ik Compressiekousen (alleen bij zware wedstrijden en heuveltrainingen; ik heb gemerkt dat mijn kuiten er beter door aanvoelen). Qua loopkleding ben ik volledig uitgerust in Haglöfs, de Intense-serie heeft een mooie looplijn (met bijvoorbeeld het Intense Puls Q Shirt wat een lekker diepe rits voor heeft, heerlijk ter regeling van warm-koud en het superlichte GoreTex Gram-Jacket. Mijn 7-liter rugzakje is eveneens van Haglöfs, de Gram7. Ik neem geen drinkzak mee (lastig met vullen elke keer en al helemaal als je onderweg uit beken bij wilt vullen) maar een 7,5 dl fles met rietje (Raidlight) voor aan de schouderband (ideaal want dan kun je toch al lopend drinken; ik drink elke 5 min. een slok, dus die fles elke keer pakken-en-terugstoppen wordt na verloop van tijd anders heel irritant. Omdat 1 liter het verplichte minimum is, neem ik nog een klein (hand)flesje mee van 2,5 dl, dat ik aan de zijkant weg kan stoppen. Als hoofdlamp neem ik de Petzl Myo mee (is me bij de TDS al goed bevallen qua lichtopbrengst en gewicht), met lithiumbatterijen zodat ze langer meegaan en lichter zijn.
Tijdens de 5 maanden voorbereidingstijd (april-augustus) is een zorgvuldige trainingsopbouw en belasting essentieel om blessures te voorkomen.
Toen ik begin april echt ging opbouwen, had ik al een goede basisconditie door de ski-expeditie die eraan voorafging. Evengoed begon ik voorzichtig met 60 km in de week, en dat uitbouwend met 20 km meer elke week, in een maand naar 120 km per week. Vanwege alle voorgaande jaren ultralopen (en 2011 daarbij niet uit te wissen) merk ik dat ik vrij snel weer op een lekker niveau zit.
Vanaf half juni heb ik enkele topweken gedraaid van 250 Leistungskilometers (oftewel circa 25 uur trainingstijd). Om inzicht te houden in hoeveel ik loop, tel ik de Leistungskilometers en niet de gelopen kilometers. Het begrip Leistungskilometer vraagt om een nadere toelichting: Leistungskilometers = de optelsom van de gelopen kilometers en de geklommen hoogtemeters, waarbij 100 hoogtemeter telt als 1 Leistungskilometer. Door de extra inspanning van het klimmen op deze manier mee te berekenen, houd ik inzicht in mijn totale trainingsbelasting.
Die zware weken met 250 Leistungskilometers wissel ik af met rustige weken waarin ik alleen maar om de dag train. In zo’n periode probeer ik extra veel te slapen (10 uur minimaal) en soms ook extra middagslaapjes te pakken. Rust is zo’n wezenlijk (maar vaak versloft) onderdeel van wedstrijd-voorbereiding!
Parcoursverkenning is niet altijd mogelijk maar als het even kan, doe ik dat. Dat is vooral mentaal een extra boost. Vorig jaar met de TDS heb ik dat alleen virtueel kunnen doen: de kaart uit mijn hoofd geleerd zodat ik onderweg wist waar ik was en wat er nog zou komen. Hierdoor wist ik waar ik water uit beken bij kon vullen en hoefde ik onderweg niet meer dan 1 liter mee te dragen.
Dit jaar ben ik voor de UTMB in juni naar Chamonix gereisd en heb in 4 dagen het hele parcours van 168 kilometer en 10.000 hoogtemeters gelopen. In een rustig tempo en met 6 kg in mijn rugzak, waarin o.a. een minuscuul tentje, slaapzak, esbitblokjes en een titanium kookmok. Mooie lichtgewicht spullen voor dit soort tochten heb ik dankzij mijn sponsors Haglöfs http://www.haglofs.com/ en Outdoordacht www.outdoordacht.nl gelukkig voor het uitkiezen. Andere zaken bestel ik meestal via http://www.racelite.de/ of http://www.likeys.comt/.

Door mijn verkenningstocht heb ik nu een concreet beeld waar de afdalingen technischer zijn, waar rotsblokken met grote treden in de klim liggen, waar ik water kan bijvullen uit drinkbakken en hoe het terrein eruit ziet van de trajecten die ik in het donker af moet leggen.
Ik heb de hele UTMB-route op 2 topografische kaarten ingetekend (IGN 1:25.000, 3630 OT en 3531 ET) inclusief de posten en wat je daar krijgt: drinken, of eten & drinken, of alleen een time-check.
Uit het enorme aanbod aan trails selecteerde ik drie testwedstrijden (de Bouillonnante (55 km) eind april, de Salomon Koning van Spanje (30 km) begin mei en de ArdennenMegaTrail (88 km met 4800 hm, dus zo’n beetje een halve UTMB) eind juni). Deze testwedstrijden zijn een belangrijk ijkpunt om te zien of je qua training goed bezig bent. Daarom beschouw ik zo’n moment echt als wedstrijd en niet als training. Een wedstrijdmoment waarbij ik naboots wat ik straks (bij de ene grote race waarom het gaat) wil doen qua voeding, drinkgedrag en racetactiek. Daarom doe ik er ook niet zoveel; als ik teveel wedstrijden loop, raakt mijn focus op die Ene Grote Race verloren. Tijdens die wedstrijden oefen ik het eten van elk half uur iets. De ene keer een gelletje, de andere keer een reepje. Ik ben sinds de TDS vorig jaar verslingerd aan Overstims, omdat die reepjes een soort marsepein zijn en heel prettig wegkauwen en die gels een fijne smaak hebben en er in vele soorten zijn waaronder de Wybertjes-achtige Red-Tonic die een extra adrenaline-boost lijkt te geven. Ik bestel die zaken gewoon via Overstims en omdat het nogal prijzig is, al dat sportspul, gebruik ik het uitsluitend bij test-wedstrijden en uiteraard tijdens de grote race – nooit tijdens alle gewone trainingsuren, dan eet ik weinig of gewoon krentenbollen en broodjes pindakaas.

De laatste maand voor de wedstrijd bouw ik de wekelijkse trainingsomvang geleidelijk af. Wel ga ik 2 weken voorafgaand aan de start, al naar de Alpen toe. Eerst nog wat korte bergtrainingen doen, daarna 4 nachten op hoogte slapen in berghutten tussen de 2500 en 2800 m hoogte om zo goed te acclimatiseren. Goed acclimatiseren is essentieel om op 31 augustus zo’n anderhalf etmaal intensief te kunnen presteren op een hoogte van rond en boven de 2000-meter. Die laatste 2 weken vooral veel rusten, veel visualiseren van het lopen over het parcours en het allerbelangrijkste: een positieve focus. Ik moet maar één ding willen tegen die tijd en dat is al lopend van de bergen genieten.
Die allerlaatste week wil ik echt leeg raken. Dat doe ik met yoga-oefeningen, met de speciaal aangeschafte CD The Conquest of Paradise (dat nummer spelen ze bij start en finish!!!), met mijn topografische kaartstudies en met het boek Flow in Sports waarin ik van alles heb onderstreept wat ik dan voor een wedstrijd herhaaldelijk overlees.
Wedstrijdlopen is een kunstwerk
Ik besef natuurlijk wel wat een ongelofelijk voorrecht het is, zo te kunnen trainen. Goed, de discipline breng ik zelf op. Het lijf heb ik deels zomaar gekregen, maar natuurlijk ook grotendeels zelf klaargestoomd. Maar de ondersteuning van Frank, zijn geduld en geloof in nu-alweer-zo’n-loop-project, dat is een regelrecht geschenk. En het feit dat ik ook qua werk de vrijheid heb dit zo in te vullen, is fantastisch.
Ik verheug me nog steeds enorm op het evenement, de UTMB is een unieke race en dat ik erbij kan zijn, is een voorrecht. Alleen al qua gezondheid. En zeker ook wat de natuur betreft, het is een ongehoord mooi parcours door schitterende bergen; één van de hoofdredenen waarom ik hier loop is precies die natuur. Die bergwereld geeft me energie en alleen als ik me erop focus om licht te lopen en met de bergen één te zijn ipv ertegen te strijden, dan zal ik een optimale race kunnen lopen.
De andere hoofdreden waarom ik aan de UTMB deel wil nemen, is het enorm sterke internationale deelnemersveld (V). Er lopen dit jaar zeker 20 vrouwen mee die in de top 10 kunnen en willen lopen. Stiekem reken ik mezelf daartoe maar ik besef dat het superzwaar zal zijn werkelijk in de top 10 van de UTMB te finishen. Maar het is belangrijk een gericht en reëel wedstrijddoel te hebben. Hiermee leg ik mezelf extra druk op maar ik vind dat tot op zekere hoogte prettig. Het hoort bij een grote wedstrijd. Bij die ene dit jaar. Wedstrijdlopen is een puzzel, een kunstwerk, waarbij met name het mentale deel van doorslaggevend belang is. Zekerheden heeft alleen degene die niet start.
Tekst&fotografie: Jolanda Linschooten
site: IanusWeb
Reacties
Wow, zelden zo'n serieuze
Wow, zelden zo'n serieuze voorbereiding gezien ! Nu alleen nog even presteren :) (nothing to it but to do it)
leistungskilometer
boeiend, die leistungskilometer. kende die term niet, en zocht eea snel even op. wiki geeft een grappige definitie: naast het verhaal van Jolanda krijgt de leistungskilometerloper er ook bij sterke afdalingen wat bonus bij, waarschijnlijk om de pijn in de knoken te compenseren. Check oa de.wikipedia.org/wiki/Leistungskilometer...
het verhaal komt natuurlijk overeen met het utmb-punten-score model. maar het helpt -slim bedacht van jolanda -ook bij het maat houden op trainingsgebied. ik doe haar die 250 km dan bij verre verre verre niet na, maar het sterkt mijn gemoed danig om in plaats van 65 km in een weekend in ieder geval 85 leistungs km te kunnen bijschrijven in mijn boekje. dat levert me een extra rustdagje op!!
verder interessant dat jolanda het acclimatiseer- thema aanroert. daar peins ik ook regelmatig over. het is meestal flink hijgen boven de 2500 m, maar bestudering van het profielkaartje van de utmb leert dat er vier plekken zijn waar de utmb bijna of net op 2500 m komt. ik neem aan dat je op die vier plekken meer adem zult hebben na acclimatisering. maar of dat het waard is om je vier nachten in een hoge berghut te wagen? misschien is dat heel persoonlijk. die eerste nachten op hoogte verlopen bij mij slaaptechnisch nooit lekker. zelf zou ik denk ik toch voor een perfecte nachtrust gaan in de dagen voor de race, in ruil voor wat hijgwerk wegens niet geacclimatiseerd zijn. voor een wedstrijd die zich vrijwel helemaal op grote hoogte afspeelt (de leadville 100, of de himal race waar wouter hamelinck zich in 2010 met succes aan waagde) lijkt het mij dan wel weer absolute noodzaak om te acclimatiseren. geen idee of mijn analyse klopt, ik ben natuurlijk ook maar een strandbewoner en gezien de goed overwogen voorbereiding van Jolanda zal hier toch goed over nagedacht zijn.
Acclimatiesatie
Hoi Mig, Ik zelf pas deze techniek al jaren toe voor mijn MTB-marathons en nu steeds vaker Trailwedstrijden. Ik slaap dan 1 of 2 nachten er voor in een berghut zo rond de 2400m of hoger, ik ervaar tijdens de wedstrijden nooit echt een zuurstof te kort of ademhalingsproblemen. Recent heb ik de techniek weer toegepast de nacht voor de K78 van de SAM, gelukkig weer geen naar gevoel op beide pasovergangen. Het slapen in een berghut hangt voornamelijk af van de soort slaapplek (zimmer of lager) en of er veel alpinisten zijn die altijd met veel lawaai vroeg vertrekken. Ik slaap altijd slecht de nacht voor een wedstrijd dus ik neem de extra hoogte acclimatiesatie altijd mee waar dat mogelijk is, een ander voordeel is dat je aal een stuk warming-up hebt gedaan alvorens te starten. Ik denk dat er maar één ding voor je op zit en het eens moet proberen, misschien valt het positief uit! Blijf mooie tochten lopen én er over schrijven. MVG Martijn
Martijn
Acclimatiseren voor races in de bergen.
Acclimatiseren voor berg-ultra's doe ik in de eerste plaats om hoogteziekte te voorkomen, niet om meer 'adem' te hebben. Het is zeker een feit dat je lichaam boven de 2000 m meer rode bloedcellen aanmaakt, wat uiteraard een bijkomend groot voordeel is omdat je dan een betere zuurstofopname en -transport hebt tijdens je inspanning dan wanneer je niet ge-acclimatiseerd bent. Maar nr 1 is dat je bij het intensief sporten boven de 2000 m zónder geacclimatiseerd te zijn (gewend aan die hoogte doordat je er enige tijd geslapen/geweest hebt/bent) onherroepelijk problemen krijgt zoals misselijkheid (maagdarmproblemen, niet meer kunnen-willen eten), hoofdpijn, duizeligheid. Dat betekent dat wanneer je zonder serieuze acclimatisatie vooraf gaat deelnemen aan bergultra's die zich boven de 2000 m afspelen, je jezelf ee grote kans bezorgt dat je de finish niet haalt. Hoogteziekte is een serieus, gevaarlijk (en tamelijk onderschat door ultralopers, niet door alpinisten) probleem en zeker wie een grote inspanning op hoogte onderneemt (ultralopers), loopt veel hogere risico's.
Het gaat dus niet om die 4x dat ik op 2500 m ben, dat zijn inderdaad incidenten. Het gaat om waarschijnlijk 75% van de wedstrijdtijd, namelijk al die tijd dat ik in en rond het 2000 m gebied ben en wil presteren.
Er is weinig inhoudelijks te vinden over hoe je dit acclimatiersen-voor-berg-ultra's goed doet. Vanuit het alpinisme weet ik er nog het meeste van en dat vertaal ik dan maar richting het ultralopen, maar op internet kwam ik alleen onderzoeken tegen over het effect van hoogtestage op marathonlopers die dan weer presteren op zeeniveau. Niet van belang dus (sorry jongens...!)
Wat ik doe is op dag 8,7,6 en 5 voorafgaand aan de UTMB op hoogte 2500-2800m slapen (daaraan gaat dan weer een week trainen op 2000-2500 m en slapen op 1200 m vooraf, want in 1x naar die hoogten zorgt eveneens voor problemen, vandaar ook dat je dan een eerste nacht in een hut slecht slaapt... dan ben je dus niet geacclimatiseerd en heb je lichte hoogteziekte verschijnselen). Niet te kort voor de race doen, want het haalt je idd uit je ritme, zo'n Lager met allemaal anderen om je heen. Ik zorg dat ik daar in elk geval de stilste hoek krijg, niet ergens ih midden maar aan de kant, en neem oordoppen mee. Verder is het belangrijk om zo sloom en relaxt mogelijk naar zo'n hut te lopen (superlichte rugzak) want je mag er geen enkele vermoeidheid door opdoen. Daarom zeker niet te kort voor de race doen. Ook al niet omdat je het eten daar niet volledig in de hand hebt. Ik zie het als relaxdagen waarop ik me volledig kan focussen op het zijn in de bergen.
Het is dus absoluut niet een kwestie van 'dan hijg ik maar wat meer' als je niet acclimatiseert. Je neemt grotere risico's wat je eten (niet kunnen eten) betreft, wat duizelig worden betreft, wat hoofdpijn betreft. Los van dat het fysiek niet ongevaarlijk is (serieuze hoogteziekte kan tot long- en hersenoedeem lijden), kun je die risico's bewust willen nemen met het idee 'ik heb nooit last van de hoogte', 'het ging de vorige keer ook best aardig' en 'ik heb niet zoveel vrije dagen'; allemaal vast heel waar, maar wie sport & lijf serieus neemt, denkt er nog eens extra over na.
verstandig
Verstandige woorden, Jolanda. Misschien nog twee toevoegingen: op de een of andere manier is voldoende plassen belangrijk bij het onder controle houden van hoogteziekte. Zolang je (veel) kunt plassen heb je geen last van hoogteziekte. Veel plassen heeft mede te maken met voldoende (en voldoende =veel, in de bergen) drinken. Volgens mij moet je daarbij erg uitijken met alcohol, dat is dan weer niet goed, of koffie. Thee, water of limo zijn prima. Ik heb inderdaad nooit last gehad van hoogteziekte, maar ben nooit langere tijd boven de 3500 m geweest.
Volgens mijn (inmiddels verouderde?) know how van vroeger over hoogteziekte (alpinisme en ballonvaren) was niet 2000 maar 2500m een kritische grens als het gaat om geleidelijk stijgen. Bij het ballonvaren geldt (gold?) 3000m (10.000 voet, tis luchtvaart) zelfs als grens waarop je zuurstof moet gebruiken. Maar dat geldt dan voor een stijging van laag naar 3000m in een luchtvaartuig (is snel) zonder drukcabine. Bij het ballonvaren word je niet geacht solo te varen boven die hoogte (je moet zelfs met twee piloten varen) en dien je elkaar regelmatig te vragen hoe oud je bent en in welke straat met huisnummer je woont. Eén fout antwoord betekent: dalen!!
Gelukkig ben je met een ballon binnen no-time (meestal) wel weer op veilige laagte.
Hoogteziekte oplopen betekent in alle gevallen dat je zo snel mogelijk weer naar beneden moet zien te komen.
Nog één ding uit mijn beperkte kennis over hoogteziekte: We gingen er twintig jaar geleden als student van uit dat je hoogteziekte naast acclimatiseren ook kon vermijden door de 'hit and run' techniek: Als je vanaf zeeniveau start, naar Chamonix rijdt, je auto parkeert en zo snel mogelijk naar de top van de Mont Blanc loopt en daarna weer meteen afdaalt naar Courmayeur of Chamonix, ontloop je hoogteziekte. Nooit uitgeprobeerd of dat daadwerkelijk ook zo was. maar in Andorra werkte iets vergelijkbaars in ieder geval wel, hoewel we daar maar tot 3000 meter kwamen...
to be continued? misschien zijn er wel mensen (artsen met alpine ervaring /interesse) die ons een stuk op weg kunnen helpen? Mag wel een artikel aangewijd worden, lijkt me.
In de bergen heb je inderdaad
In de bergen heb je inderdaad het walk high sleep down principe. Volgens wat ik vernomen heb heeft dit te maken met het feit dat je hersenen maar na een paar uur beseffen dat je over minder zuurstof beschikt. Op het moment dat ze het zouden doorhebben zit je al weer lager, dus heb je al weer meer zuurstof. Door dit te doen wen je wel prima aan de hoogte.
Normaal gezien wordt 3000m al grens genomen voor hoogteziekte (luchtdruk in vliegtuig is ook 0,7 bar of druk op 3000m) en onder 3000m heb je weiing kans op hoogteziekte (of toch erge vorm) in wat ik noem normale omstandigheden.
Maar UTMB zijn geen normale omstandigheden en het is zoals Jolanda zegt 30 a 45h sporten op een gemiddelde van 2000m, het kan zeker geen kwaad om dan te wennen aan de hoogte.
Ook ik zal een paar dagen voor de UTMB me tijdens de dag hoger begeven, maar zal wel rond Chamonix slapen.
Boek
http://livre.fnac.com/a3388678/Gregoire-Millet-S-entrainer-en-altitude
Recent geschreven door 2 onderzoekers van de universiteit van Lausanne en ook gericht op ultra-trail. Helaas alleen nog in't frans. Vast ook elders verkrijgbaar.
NOC-NSF
Op deze Nederlandse pagina van het NOC-NSF vind je een paar fact-sheets over hoogte training http://www.nocnsf.nl/cms/showpage.aspx?id=4109
Factsheet NOC*NSF
Dank voor die website link Gideon - overzichtelijk een waardevolle wetenschap.
hoogtetraining-de basis
Super, die factsheets, die kende ik niet. Dank, Gideon. In het sheet Hoogtetraining-de basis, valt overigens meteen te lezen dat het acclimatiseren ih algemeen voor aerobe hoogte-prestaties (als de UTMB) wel degelijk vanaf (al!!) 600 m nodig is.
Zeker
Toen Marc Weening en ik een paar jaar geleden de Grossglocknerlauf liepen en startten vanaf 1100m, toen merkten we het al, ondanks 2 dagen aanwezigheid. En afgelopen jaar tijdens de TransAlpineRun heb ik de 1e 2 dagen enorme problemen gehad met krampen, duizeligheid (door zonnesteek), terwijl we meerdere keren een top van 2000 moesten bedwingen. Deze kwalen komen voort uit het niet goed acclimatiseren. Het begint inderdaad al vanaf 600m en ik kan erover meepraten. Overigens heb ik meerdere hoogtestages gedaan en dan begint het met wandelen en pas na 2 dagen hardlopen. Echt intensieve inspanningen doe je bijvoorbeeld op 1800m pas na een week, dan is het lichaam er echt klaar voor, voordien beperk je je tot duurinspanningen op een lagere intensiteit.
Persoonlijk
Het "last" hebben van de hoogte is heel persoonlijk, de één is daar veel gevoeliger voor dan de ander. Bij de 2x dat ik de Tor de Geants liep, (en ik kwam meteen van zeeniveau) heb ik nergens last van gehad en je komt de eerste 48 uur meerdere keren boven de 3000 m. Een bergsport verleden kan hierin ook nog een rol spelen.
Al was een week acclimatiseren natuurlijk beter geweest voor 't eind resultaat; maar daar moet je ook de tijd & budget voor vrijmaken en dat is weer minder eenvoudig.