Ik besloot mee te doen aan deze loodzware loopwedstrijd omdat 1: ik toch in de buurt was (ik vierde mijn vakantie in het Turtagrø hotel – het startpunt van de race) en omdat 2: ik gewoon zin had in een extreme loop om de grenzen van mijn kunnen op te zoeken. Dat het een extreme loop zou zijn stond vantevoren al wel vast: Vermenigvuldig de lengte (9 kilometer) door het hoogteverschil (1200 meter), trek daarvan de eerste 4 kilometer van het parkoers, waar het hoogteverschil te verwaarlozen is, af en je krijgt een ontzettend steile, loeizware en legendarische race naar de top van een van de hoogste bergen in Noorwegen: Fanaråken (2068m). De Noren smullen van dit soort evenementen. De Fanaråken Opp is nog niet eens de zwaarste van alle noorse berglopen (want dat is, daar zijn de Noren het wel over eens, de Skåla Opp) maar wordt wel in het rijtje van klassiekers geschaard. Ik als ‘flatlander’ voelde me bij het verkennen van het parkoers steeds onzekerder worden of meedoen wel zo’n goed idee was. Waarom had ik me dan ook in vredesnaam opgegeven in de wedstrijdklasse en niet voor de ‘trimloop’ voor de mindere goden, die eerder op de dag plaats zou vinden? Hieronder vindt u een verslag van mijn ervaring van de race.
Om 11 uur ’s ochtends klinkt het startschot voor de 10e editie van de Fanaråken Opp. Gelukkig helpt het weer mee om er een onvergetelijke dag van te maken: De zon schijnt volop en de temperatuur aan de start is aangenaam. Toch heb ik besloten een shirt met lange mouwen aan te trekken, waar ik in de laatste kilometers erg blij mee zal zijn, omdat het op de top erg kan waaien, het flink kouder is als in het dal en het er twee dagen geleden nog gesneeuw heeft. De loop is redelijk kort in vergelijking met veel trailruns en andere berglopen (de snelste lopers halen het net binnen het uur). Toch heeft de organisatie een mechanisme bedacht dat ervoor moet zorgen dat de lopers bij het bereiken van de finish niet omkomen van de kou: Iedereen moet een rugzak meesjouwen die aan de finish niet minder dan 2 kilogram mag wegen. Door deze eis wordt je min of meer verplicht warme/droge kleren mee te brengen. Ook zijn er onderweg drie drankposten met sportdrank en water ingericht. In de oergezellige berghut op de top worden tevens koffie, thee, mueslirepen en broodjes verkocht. Drinken en eten meenemen voor onderweg is dus niet strikt noodzakelijk, er wordt goed voor je gezorgd.
Nadat het startschot is gelost denderden de circa 250 deelnemers over het asfalt van de Sognjefjellweg richting het oosten, door het Helgedal, en uiteindelijk langs de flanken van Fanaråken naar de finish op de top van Fanaråken.
Aan de start is het al meteen bikkelen geblazen. De eerste kilometer van het parkoers gaat dan wel over een asfaltweg, maar dat betekent niet dat die niet steil kan zijn. Veel doorgewinterde berggeiten stuiven er meteen vandoor en laten mij in de eerste kilometer ver achter zich. Geen probleem: Het is nooit mijn illusie geweest dat ik ook maar een kans maak op de overwinning. Na die eerste kilometer is mijn hartslag al meteen flink hoog maar het tempo zit er goed in en ik voel me nog steeds goed. Kilometers 2 tot en met 4 zijn relaxed: De sintelweg in het Helgedal is dan wel heuvelachtig, maar niet zwaar. Het mag gezegd worden dat de eerste vier kilometer van de loop goed te doen zijn. In dit deel stijg je slechts 120 van de 1200 hoogtemeters. Daarna begint de loop pas echt, want aan het einde van het dal ontkom je er niet meer aan: Er zal toch echt eens een keer gestegen moeten gaan worden! Een man uit Oslo spreekt me aan het begin van de echte klim, op dat moment nog een brede sintelweg, aan. Hij geeft me de tip om zo lang mogelijk te blijven hardlopen, want als je eenmaal begint met wandelen verlies je heel veel tijd. Gelijk heeft ie, maar ik moet daarna wel meteen bij hem lossen want door de steilheid kan ik nu al niet meer hardlopend naar boven. Wat een tegenvaller, ik dacht het hardlopen langer vol te kunnen houden. Ik kijk snel om me heen wat de rest van het peloton doet en tot mijn opluchting stel ik vast dat slechts een enkeling hardlopend verder gaat…
Gelukkig zijn de paden van Fanaråken goed onderhouden: Ze zijn goed begaanbaar en gaan vrijwel altijd over rotsen en/of stenen. Er is weinig zand of veen waarover gelopen moet worden en ook zijn er geen rivieren en/of stroompjes die doorkruist moeten worden. De rangers van het Nationaal Park Jotunheimen (waarin Fanaråken ligt) hebben voorafgaand aan de race in samenwerking met sherpas uit Tibet het pad nog extra goed begaanbaar gemaakt: Van keien en rotsen zijn enkele trappen gemaakt en de markering is verbeterd. Ook staan de nog te lopen kilometers en resterende hoogtemeters goed aangegeven. Kortom, wanneer het niet regent is de route niet glad en erg goed te belopen. Ik ben op mijn normale loopschoenen naar boven gelopen en heb geen moment verlangd naar trailrunning-schoenen (dit in tegenstelling tot de glibberige Koning van Spanje Trail 2012, waar ik schandalig vaak ben uitgegleden en mijn normale hardloopschoenen vervloekt heb).
… De brede sintelweg houdt na ongeveer een kilometer op: De eerste 5 kilometer zijn afgelegd en de eerste drankpost kwomt in zicht. Snel drinken, snel verder want vanaf nu wordt het pas echt interessant: De brede, ietwat saaie sintelweg wordt ingeruild voor een smal paadje dat in het begin nog tamelijk vlak verloopt, maar steeds bochtiger en steiler wordt. Mijn hardloopritme is zoals gezegd allang ingeruild voor een ferme wandelpas, af en toe onderbroken door een stukje rennen als het terrein het toelaat. Er ontstaat een groepje waar ik me bij aansluit: Een paar pezige, taaie mannen van tussen de 40 en 50 jaar die het tempo er goed in hebben zitten. Een jongeman van een jaar of 20 wordt snel ingehaald: Hij ziet er versuft, slap en moe uit. Te snel gestart, jongen! Wel grappig om te zien dat de jeugd het hier af moet leggen tegen de ervaren veteranen.
Bij kilometer 6 moet ik lossen, ook ik moet mijn meerdere erkennen aan de taaie mannen. Het wordt steeds steiler, steeds zwaarder, mijn hartslag zit constant op 180 (zo voelde het althans), ik moet mezelf dwingen mijn gevoel uit te schakelen. In mijn hoofd denk ik: Ik kan dit niet volhouden tot de top, het is nog zo ver! Die bordjes met daarop de nog af te leggen kilometers en hoogtemeters zijn mijn vijanden: Nóg 2 kilometer? Wanneer komt dat bordje met 1900 meter nou? Ik concentreer me op mijn ademhalen en op het pad voor me. Dat is erg belangrijk, vooral op de lawinevelden waar we overheen lopen, zeg ik mezelf. Want ik wil niet een verkeerde stap zetten en m’n enkel omzwikken. Zo ploeter ik me een weg naar boven.
Het zwaarste zijn die traptreden waar de rangers zo trots op zijn. Die lijken wel gebouwd te zijn voor reuzen in plaats van gewone mensen! De laatste 160 hoogtemeters zijn de zwaarste voor mij. Ik stop even om pauze te houden maar merk dat dat ook zo zijn gevaren met zich meebrengt: Mijn lichaam heeft zich gewend aan de constante stijging en bij het stilstaan wordt ik duizelig en zie ik zwart voor mijn ogen. Dan maar doorgaan, maar wel iets rustiger, die eindtijd kan me gestolen worden. Dit is echt een hel! Gelukkig wegen de laatste loodjes in dit geval niet het zwaarst, want ik merk aan het einde van de race dat de top zich afvlakt en de laatste honderden meters tot de finish kan ik zelfs rennend afleggen.
Op de top aangekomen wordt ik warm onthaald door de eerder gestarte recreanten en de lopers die het al gehaald hebben. Uitgeput en niet meer in staat normaal na te denken loop ik nog bijna verkeerd maar wordt vriendelijk naar de juiste finish gewezen. Daar wordt de chip van mijn enkel afgehaald en krijg ik een medaille om mijn nek gehangen. Met het hart in mijn keel, bonzend als een gek val ik neer op een grote steen.
Na enkele ogenblikken ben ik weer bij zinnen, kijk ik om me heen en ben overweldigd door het fantastische uitzicht dat je hier op de top hebt. Wat een geluk dat het weer vandaag zo mooi is! Naar het oosten en zuiden kijk je weg over de hele Jotunheimen en zie je verschillende gletsjertongen in het licht glinsteren. In het westen, ver weg onder me, zie ik de start en het Helgedal liggen en in het noorden wordt mijn blik begroet door een met slierten sneeuw en donkerblauwe meren versierde Sognefjell. Dit uitzicht is het eremetaal voor alle deelnemers vandaag! Een enthousiaste noorse vrouw spreekt me aan, druk in de weer met het maken van foto’s, en verzekert me dat het slechts 30 dagen in het jaar voorkomt dat je zo’n prachtig uitzicht hebt.
Na veel te hebben gegeten en gedronken, van het uitzicht te hebben genoten en andere lopers aan te hebben gemoedigd (in Noorwegen zeggen ze ‘he-ya he-ya he-ya he-ya’!) verlaat ik de top en ga met een flinke dosis tegenzin (ik hou niet van steile lange afdalingen) via dezelfde weg weer terug, maar deze keer lekker om m’n gemak. Op de terugweg spreekt een Noors meisje me in het nederlands aan (ze heeft een nederlandse moeder), krijg ik les in de vorming van wolken en heb ik een kilometerslang gesprek met een van die taaie, pezige, ervaren Noren van tussen de 40 en 50 jaar. Zo is ook de terugweg verre van vervelend, kom ik goed hersteld van de loop weer bij het Turtagrø hotel aan en kan ik mijn heerlijke vakantie voort zetten!
Kortom: De Noren zijn een beetje gek dat ze van dit soort routes een wedstrijd maken. Voor mij persoonlijk was deze bergloop iets te steil, iets te extreem. Ik hou ervan om te kunnen rennen tijdens een wedstrijd, iets wat hier schier onmogelijk was. Een trailrun als De Koning van Spanje (11 km) past wat dat betreft veel beter bij mij. Toch vond ik het supergaaf om aan dit evenement mee te doen omdat je je grenzen ermee opzoekt, je als beloning een prachtig uitzicht krijgt en omdat de sfeer voor, tijdens en na het lopen erg gemoedelijk is en je daardoor veel aanspraak hebt. En stiekem vond ik het ook best wel stoer om zo’n berg omhoog te hebben gelopen.
site: IanusWeb
Reacties
Te gek,
Pure krachtpatserij eigenlijk; toch ga ik 't ook maar eens proberen, het klinkt wel heel aantrekkelijk !!
Lijkt mij wel wat!
Goed idee om het mooie Noorwegen te combineren met deelname aan een mooie loop. Misschien dat ik inderdaad mijn blik maar es richting het noorden moet richten voor de vakantieplannen van volgend jaar!
deze korte trail lijkt mij nou wel leuk.
Meestal vind ik korte trails niet iets om mij voor in te schrijven. Maar deze lijkt me echt heel leuk. Mooi verslag en verstandig gelopen.