Selecteer een pagina

Geef me spierpijn voor een week!

door | jul 25, 2016 | Nieuws, Race report

Geef me spierpijn voor een week, schrammen op m’n knieën, modder tot achter m’n oren, blaren op elke teen en teennagels die een gescheiden leven gaan leiden na deze dag. Tijdelijk leed, dat hoort bij een ultra trail van dit niveau. De BUFF Epic Trail heeft zo’n podium neergezet waar je tegen zegt: daarvoor wil ik dat allemaal doen!

Het is vrijdagavond, een paar uur voor de race. “Sleep well all” is mijn bericht naar de BUFF teamgenoten Willem, Suzan, Thomas, Erwin, Peter en Patrick. Het gaat per App, ik heb die middag en avond alleen mijn bed en de WC gezien. Twee keer is Peter een bordje eten uit het restaurant naar boven komen brengen. Een kwart daarvan schuif ik (voor korte duur) naar binnen. Buikloop heerste thuis bij mn kinderen, ontsnap ik daar dan toch ook niet aan? Wat een timing: een goede voorbereiding en dan nu dit! Huilen doe ik alleen. Het is de eerste stap in acceptatie dat het morgen in ‘toermodus’ starten wordt. Of ik zal starten weet ik op dat moment nog niet zeker. Hoe lang de ‘toer” zal duren al helemaal niet. De Aigüestortes zijn te mooi om alleen vanuit een kamerraampje te bekijken. De wekker gaat om 04.05 uur. Ik hoop op een wonder.

Op zaterdagochtend 04.30 uur schuifelt er een groep anderstaligen BUFF’s door de eetzaal van het hotel. Mijn buffer is voldoende om mijn besluit aan de anderen te communiceren ‘ik ga starten en kijken waar het schip strandt’. Thomas knikt en zegt ‘kijken naar welke haven je het schip toe kan laten varen.. klinkt beter he? Hij is scherp, daar is geen koffie voor nodig geweest. Twee halve toastjes met honing geven mijn maag iets van inhoud. Stapelen is overrated..? De zweetdruppels breken me bij het schillen van een kiwi al uit. Onze eigen buschauffeur is wat verlaat. Thomas staat te trappelen bij de receptie. Ik zie daardoor kans nog een keer een toilet te bezoeken. Elk nadeel zijn voordeel.

In het startvak is nog niemand. De materiaal controle lopen we soepel door en we staan met de navel tegen het voorste lint: lekker dan.. vooraan starten bij een WK Skyrunning in deze toestand. Hernando naast me links, Picas schuin rechts. Anne en Adriaan schuiven ook aan. Bemoedigende woorden over ‘lopend herstel’ komen ook hier in ons gesprek voorbij. Die woorden passen bij mijn hoop voor die dag, dus die landen lekker. Pang! Wat een ambiance in dit geïsoleerde bergdorpje. In Barruera worden we om 06.00 uur weggeschoten. Nog even een staartje donker meepakken, bij de eerste klim is het licht. Super weersomstandigheden om te racen: droog en die dag nog geen 20 graden in het dorp op 1.100 meter.

Bergop probeer ik wat ritme te pakken. Maar.. wat is mijn ‘ritme van vandaag’? Tis hijgen en steunen in een klamme huid. Power in de armen en benen ontbreekt. De kop vaker naar beneden dan omhoog. Het voelt als het niveau van een aantal jaren terug. Het toespreken van mezelf begint al na de eerste col. Afdalen is voor mijn maag helemaal niet fijn, hij stuitert alle kanten op. Gas terugnemen, de impact op de bovenbenen vergrotend. Het tweede bosbezoek voor een verkeerde boodschap zit er dan al op. Het meest spannende moment van de dag breekt aan: een beetje gel naar binnen werken. Nipje.. nog een nipje. Water er achteraan: geen directe reactie. Hoopvol dus! Vocht naar binnen werken gaat gelukkig goed, dus geen uitdroging.

Voor de verzorgingsmensen zijn de toegangsmogelijkheden tot de race beperkt. Op 20km (in mijn planning verwacht ik hier na 3-4 uur racen te zijn) kan ik mijn voorraad voeding vanuit mijn dropbag aanvullen. Ik heb alleen nog maar 2 nipjes van mijn gels naar binnen gewerkt. Bijvullen is dus niet nodig. Van post naar post, dat motiveert me om weer verder te gaan.

De stukken die volgen zijn waanzinnig mooi. Op 36km zit ik lang bij de post. Chat nog even met de 2 snelle dames waarmee ik zojuist een kamikaze grashelling naar beneden ben gekomen. De stokken (ik) en de kont (zij) intensief gebruikend als veilige daalmiddelen. Opluchting dat we weer mogen klimmen. De hoogtes hameren er vandaag wel extra in. De handvatten van mijn stokken plaats ik een aantal keer in mijn oksels om voorover te buigen en te spugen. Passerende lopers roepen bemoedigend ‘animo’ – het komt allemaal goed. Eigenlijk versta ik de hele dag al ‘animal’, het past beter bij de mindset van die dag. Een beestachtig veld van grote boulders volgt om doorheen te trekken. Het is zoeken naar een plek om je voet neer te zetten en ongeveer de richting van de volgende vlaggetjes aan te houden.

Op kilometer 50 trekken we het nationaal park in. Een ‘neutrale zone’ – hier mag niet worden geraced. Startnummer omvouwen en een 12 km stuk over niet gemarkeerde paden afdalen richting hét tussenpunt van de race. Vreemde gewaarwording, honderden lopers die allemaal doen alsof ze niet met een race bezig zijn. Dit stuk is met zijn meren, grillige rotspartijen en overtuigende watervallen wel echt een plek om nog een keer terug te komen voor vakantie. De afdaling naar Espot 1300 meter loopt vriendelijk. Doordat het laag is voel ik me beter, het ondersteunende team geeft extra energie. Ik krijg ook wat pasta naar binnen. Ik begin aan het laatste stuk: een finish is haalbaar! Van post naar post Marc.

Uit stilstand volgt er een klim naar 2.700 meter. De vaart is er stevig uit, vooral in het laatste deel. De handvatten van mn stokken druk ik weer regelmatig in mn oksels. De stilte ontsier ik met brullen uit mijn maag. Animal! Organisatiemensen geef ik aan dat ik niks meer binnen kan houden en contact wil met een dokter. Over een kilometer of 5 is die op een post beschikbaar. Twee mensen van de bergpolitie lopen een stuk met me mee richting die hut. Ze spreken weinig Engels maar begrijpen m’n probleem. ‘Slowly but no stop’, dat zijn de woorden de ze blijven herhalen om zo snel mogelijk bij de post aan te komen.

Om 22 uur ben ik bij de post (82 km / 6.500 hoogtemeters) en klim ik op de dokterstafel. Even bloeddruk meten: prima. De dokter spreekt iets Engels, is zelfs duidelijk te begrijpen ‘I put this injection in your ass or you have to stop’. ​Hoe graag ik ook wil finishen, die naald gaat er niet in. Tijd om te organiseren dat ik van deze berg weer terug in mijn hotel kom. De fotograaf wil me na zijn opdracht om 01.00 uur wel meenemen naar zijn auto in het dal en me daarna naar het hotel brengen. De slingerweggetjes zorgen om 04.00 uur voor de laatste omkeringen van mijn darmen van die dag. It’s been a long day in the mountains! But a different one this time. Wel meer gezien dan ik dag daarvoor had durven denken. Een tocht op karakter en met uiteindelijk respect voor de bergen.

Terug in Nederland (zondagnacht) pak ik een paar uur slaap. Help ik m’n dochter bij haar buikgriep en loop ik soepel van de trap af. Kan normale sokken en schoenen aan en vragen buren of ik een ‘lekker weekend’ heb gehad. Ja heerlijk buiten geweest, en jij? ​De relativeringsmodus staat vol aan.

Ik wil trek hebben in vet eten en bier, zoals altijd na een lange race. De trek komt nog niet op gang. Hopelijk krijg ik snel weer honger. Er staat een nieuw avontuur op mij te wachten!

“Do more than you think you can”

Splash this around