Heja! Hey ya! De Noorse speeltuin van Emelie & Kilian

door | 10 aug 2018 | Home, Nieuws, Race report

Bij inschrijving bleek de 57 kilometer lange Hamperokken Skyrace met D+ 4800 meter net volzet. Het kleine broertje dan maar? De Tromsdalstind Skyrace: 32 kilometer rotsen eten met D+ 2000 meter. Geen onderdeel van de Extreme Skyrunning World Series, maar volgens de website van de Noorse Tromsø Skyrace een ‘introductie tot de essentie van skyrunning en de schoonheid van de bergen rond Tromsø’.

De hoofdvogel zou niet voor deze keer zijn, bedacht ik wanneer ik het deelnameformulier invulde. Misschien maar best ook. Erg loops ben ik het laatste jaar niet geweest. Te veel werk, te veel schrijftafel (ik werkte met The Holy Trail aan een boek over trailrunning) en te veel barkruk…

Et alors?

Ik dacht terug aan het interview dat ik voor mijn boek met Brian Lang, een 28-jarige Amerikaan uit New York, had. Hij vertelde toen enthousiast over zijn deelname aan de race waar ik me net voor inschreef. Ook hij deed het met een voorbereiding die getuigde van goede wil, maar waar in de praktijk te weinig van in huis was gekomen. Op zijn minst de garantie voor gedeeld leed en een herkenbaar Skype-gesprek met hem achteraf.

Ook de slak bereikt de ark.

Bij aankomst in Tromsø ben ik net op tijd voor de race briefing, met RD Kilian Jornet als MC. In de zaal van hotel The Edge staan honderden sportievelingen, de een al atletischer dan de ander. Kilian Jornet mag dan wel een van de grootste ambassadeurs van trailrunning zijn, een cultusleider zal hij nooit worden. Zijn ogen zoeken het publiek zelden op, maar blijven kleven aan de keynote met foto’s van de route op zijn laptop. Toch krijgt hij de zaal met enkele opmerkingen en anekdotes warm. Zijn Catalaans Engels en zachte blik zwakken de gespeelde brutaliteit af. Iedereen gniffelt.

Here at this spot, we asked to cut down the vegetation with a chainsaw. They didn’t make a single track with curves, but a steep slope of a 50° angle.

It’s nice, but be careful there, okay?

De volgende ochtend vraag ik me tijdens de eerste klim over 5 kilometer naar Fjellsheisen af of ik niet beter een DNS naast mijn naam had laten noteren. Het botert niet tussen mijn hoofd en benen. Dikke zweetdruppels vallen voor me op het pad.

If it’s too hard, just slow down’ danst in mijn gedachten voorbij.

Het adagium van mede-RD Emelie Forsberg dat ik in de research voor mijn boek tegenkwam, biedt me perspectief om door te gaan. Aan de eerste bevaarrading bulkt het van de supporters. Ik tel tientallen Noorse vlagjes en rode Salomon-koeienbellen, vergezeld van enthousiaste aanmoedigingskreten: “Heia! Heia!” – Noors voor “Komaan!” Het geschreeuw werkt op mijn lachspieren. Ik lijk wel verdwaald in de videoclip van het Amerikaanse hiphopduo Outkast, met hun zomerhit uit 2003.

Hey ya! Hey ya!
Hey ya! Hey ya!
Hey ya! Hey ya!

Of zijn het de loophormonen die inkicken?

Vaststelling: ik ben eindelijk wakker en heb mijn ritme gevonden. Na 7,5 kilometer en 800 positieve hoogtemeters bereik ik de top van Bønntuva. Met 1 uur 20 minuten zit ik ruim onder de 2 uur cut-off time – de enige tijdslimiet van mijn race.

Terwijl ik mijn race vest uitdoe en een winddicht jasje voor de afdaling zoek, stopt een vriendelijke Noor me een schel knekkebrød toe. Tijdens het kauwen kom ik te weten dat hij Kåre heet, net dertig is, in Tromsø woont, voor de tweede keer aan deze race deelneemt, in zijn vorig leven zalmboer was en tegenwoordig management studeert. Zijn doel voor de wedstrijd is meer dan duidelijk.

“Ik geef vanavond een feestje en heb enkel bier in huis. Voor wijn moet ik nog naar de liquor store, maar die sluit om 16 uur. Dus ja, tempo maken, hé!”

Met een uitnodiging voor de home party op zak neem ik het voortouw in de eerste lange afdaling van de dag. Lang geleden, zo wijds vliegen. Een kwartiertje later staan we bij een riviertje in het dal. In Kilianistan is dit een bevoorradingspost. De RD gaf het gisteren mee tijdens de race briefing: al het water dat je op het parcours vindt, is drinkbaar. Wegens geen zin om mijn water bladder uit mijn race vest te peuteren, ga ik op mijn knieën zitten en buig ik voorover. Rechtstreeks drinken uit een bergstroompje: had ik mijn mp3-speler niet vergeten inpakken, dan was Vous êtes des animaux van de Parijse producer Mr. Oizo de perfecte soundtrack geweest.

Hoe fijn zou het niet zijn om dergelijke taferelen aan de oevers van de Semois of de Ourthe in de Belgische Ardennen te zien?

Fotocredits: Penyagolosa Trails

“Nu komt het zwaarste stuk!”, vertrouwt Kåre me toe.

De klim die we aanvatten, eindigt op de rug van de 1238 meter hoge Tromsdalstinden. Voor ons kronkelt een lange slang deelnemers de berg op. Hoog boven ons, net onder de mist, heft het steenveld dat we omhoog moeten een tipje van de sluier. Halverwege de klim vloek ik dat niet alleen mijn mp3-speler thuis ligt, maar ook mijn running poles. Alsof de duivel ermee is gemoeid. Handen dan maar op de dijen en duwen!

“Hé, Kåre, wat zijn die twee witte dingen op je rug?”

“Wat? Welke witte dingen?”

“Nu zie ik het, engelvleugels. Vliegen, man! Die liquor store blijft niet open!”

“Haha!”

Geleidelijk gaat het rotsige pad over in een keienveld. De kleine fluovlagjes wijzen dan wel de richting, maar niet de exacte route. Welke steen ligt vast? Welke los? Het is onderhandelen om vooruit te geraken. Gelukkig laat de mist niet zien hoe ver het nog klimmen is. Ik trek de kap van mijn loopjasje over mijn hoofd. Best fris, zo’n fjord. Zeker als je gisteren nog in je thuisland met een zoveelste hittegolf was.

Hey ya! Alright now! Alright now, fellas
Now, what cooler than being cool?
Ice cold!

Op de top vraag ik Maria, een vrijwilligster van het Røde Kors hoeveel hoogtemeters het dalen is. Helemaal tot aan de zee, 1238 meter. Soul skyrunning between the sea and the sky klinkt als ondertitel van de race best sierlijk, in de praktijk lijkt het me enkel voor de professionele en goed getrainde trailrunners van toepassing. Voor mij is het ploeteren door het stenen slagveld. Twee keer ga ik net niet op mijn gezicht en mijn quadricepsen draaien overuren, maar ik vind het geweldig.

Lang leve de natiestaat Kilianistan!

De eerste modder onder mijn voeten voelt als rubber. Even weten mijn enkels niet meer wat ze moeten doen. Ik kijk achter mij. Geen Kåre te zien. Ik besluit door te trekken. Nog 13 kilometer, waarvan het merendeel naar beneden. Enkel nog een klim van D+ 300 meter verspreid over 5 kilometer. Tijden de race briefing zei Kilian dat het hardloopbaar terrein was, maar dat je genoeg energie moest overhouden. Downhill laat ik de zwaartekracht zijn werk doen, maar daarbuiten schakel ik over op de Start to Run-methode: stappen-hardlopen-stappen-hardlopen.

De bevoorrading laat zich opnieuw aankondigen met “Heia! Heia!”, toeters en bellen.

Je kan bijna de dakpannen op de huizen in het dal tellen, maar dat zou verspilde energie zijn. Liever wat dollen met de vrijwilligers achter de bakken zoete hardloopbrandstof.

Now we gonna break this thing down for just a few seconds
Now don’t have me break this thing down for nothin’
I want to see you on your badest behavior
Lend me some sugar, I am your neighbor!

Drie billetjes sinaasappel en vier zure snoepjes later, maan ik mezelf aan er terug werk van te maken. In vogelvlucht enkele kilometers, maar het pad zoekt eerst nog een oksel van de fjord op. Ik trek de gas open, maar moet na enkele minuten toegeven dat ik beter wat terugschakel als ik geen week met verzuurde benen wil rondklauwen.

Training is niet overrated, bedenk ik terwijl ik het bos induik.

Glimlach.

Sommige silhouetten herken je van ver. Zeker als ze een Salomon-uniform dragen. Kilian, met een cameraatje op een gimbal stick.

Heia! Heia!”, roept hij me toe.

Hey ya! Hey ya!”, repliceer ik.

Het eerste asfalt maakt duidelijk dat de stal echt niet ver meer kan zijn. Nog een keer de lange steile brug die de binnenstad van Tromsø verbindt met het vasteland. Ik geraak nog in gesprek met een Fransman, die het zijn zwaarste trailrace ooit noemt. We vatten samen de brug aan, maar nog voor de helft van de klim moet ik hem laten gaan. Zin om te vechten heb ik vandaag niet. Ondanks de uitlaatgassen van de aanschuivende auto’s bij de wegenwerken op de brug, voel ik me voldaan.

Laat me maar rustig naar die finish hobbelen.

Op enkele honderden meters voor de meet, is het niet meteen duidelijk welke straat ik in moet. Ik houd halt, tot omstaanders me de juiste richting wijzen.

In het oponthoud steek een vrouw in Merrell-kledij me voorbij. Op haar race vest herken ik het logo van MudSweatTrails.

Nederland boven!

Ragna Debats!

Ze zal 13 minuten en 4 seconden achter de Amerikaanse Hillary Gerardi, de eerste vrouw van de Hamperokken Skyrace eindigen. Bij de finish zal ik even met haar praten. Ze zal me vertellen dat dit type parcours niet haar favoriete cup of tea is. En dat de benen toch beginnen te wegen met zo een vol en intens seizoen. Tot nader order blijft ze wel het klassement van de Extreme Skyrunning World Series aanvoeren.

Ah! Here we go now…

Shake it, shake it, shake it, shake it
Shake it like a Polaroid picture! Hey ya!

 Ik draai de hoek om en zie in de verte de finishboog. Net op tijd, want de spiervezels in mijn linkerquadriceps dienden net een stakingsaanvraag in. Bijna in kramp duik ik over de aankomstlijn. Omdat ook mijn sporthorloge thuis ligt, vraag ik een vrijwilliger hoe laat het is.

16.28u

Avondstond heeft vandaag geen wijn in de mond.

Rik Merchie schreef het boek The Holy Trail, dat in september verschijnt bij Uitgeverij Lannoo. 200 pagina’s, € 29,99. In het najaar stelt hij zijn boek bij MudSweatTrails voor met een audiovisuele presentatie.

 Facebook: The Challenge Lannoo Publishers

Website: https://www.lannoo.be/nl/holy-trail

Splash this around