MudSweatTrails Materiaalmateriaal

Het nut van hillrepeats. Trans Grancanaria 2016.

door | mrt 11, 2016 | Kennis, Training

2015
Na het uitlopen van de Trans Grancanaria Advanced race in maart 2015 was ik zeer enthousiast over dit evenement. Goed georganiseerd, een prachtig parcours, lees: vooral niet te makkelijk, en formidabele vergezichten.

Ik nam me voor om hier in 2016 te starten bij de hoofdafstand, 125 kilometer. Vorig jaar schreef ik al dat de hier gehanteerde limieten ruimte bieden voor een grote groep sporters. Dat gaf me de overtuiging dat er hier mogelijkheden voor mij lagen.
De laatste 25 tot 30 kilometers heeft men t.o.v. 2015 voor een andere route gekozen. De helse afdaling bij Arteara heeft die nacht voor een spitsuur gezorgd bij het plaatselijke ziekenhuis. Dit jaar koos men daarom voor een meer horizontale versie door iedereen de laatste 14 km door een droge rivierbedding te laten lopen. De tweede helft van 2015 werd voor mij gekenmerkt door blessureleed en herstel. Tijdens de Infernal des Vosges 72 km verzwikte ik een enkel. Eenmaal weer op de goede weg richting de Ultra Trail Lago d’Orta (90km) in oktober,  loop ik door een lullig misstapje (thuis, notabene) een zweepslag op. Het herstel verloopt voorspoedig. Mede dankzij de uitstekende begeleiding van mijn fysiotherapeut Dr. David Scheele.

Uiteindelijk vliegen Claudette en ik in oktober naar Italie om er gewoon te starten. De reis en het hotel waren toch geboekt en betaald. Het was duidelijk dat er door mij niet gerend zou worden. Maar de minimale gemiddelde snelheid in acht genomen wilde ik weten hoe ver ik speed-hikend kon komen. Als ik na 32 km word ingehaald door de bezemwagen heb ik ruim 3500 meter geklommen. Om nog bijna 60 km door te lopen met de bezem in mijn nek hijgend zag ik niet zitten. De maanden erop heb ik me gericht op volledig herstel. Eind november kon ik weer een fatsoenlijke duurloop van 6 uur doen. En in december liep ik met Claudette als team de Trail des Gueules Noires in Blegny. Hoewel de beschadiging onderhuids van dien aard is dat deze nog wel een jaar waar te nemen is kon ik weer mijn trainingsvolume opvoeren. Aldus.
Naarmate de startdatum van de Trans Grancanaria naderde bleven er toch wat demonen rondspoken in mijn hoofd. Hoe weet je nu of je klaar bent voor zo’n afstand? Goed, de Lavaredo Ultratrail vorig jaar was qua afstand ongeveer hetzelfde. Maar dit was een heel nieuw ding. Veel meer D+, veel technischer vooral.

Parcoursverkenningen, daar doe ik niet aan. Dat is voor pro’s die iets te verliezen hebben. Het is wat het is en je dealt met wat je onderweg tegenkomt. Mijn voorbereiding bestond dus uit het bekijken van alle mogelijke filmpjes, het lezen van de verslagen en vooral, het raadplegen van hen die de hele afstand reeds hebben volbracht. Een woord van dank in deze voor Thomas Dunkerbeck.

Ja, dit is een indrukwekkende hoeveelheid goodies die je zonder probleem mee kunt zeulen

The magic bus

Twee dagen voor de start arriveren we in Gran Canaria. Hoewel ons programma nog wat ‘loslopen’ voorschreef hebben we die dag in gepaste lamlendigheid doorgebracht. Het resort waar we verbleven, net als vorig jaar, is op loopafstand van de Expo Meloneras. Veel andere lopers hadden dat ook reeds ontdekt. We liepen er Simone en Marco tegen het lijf. Die zouden starten bij de Advanced race dit jaar.
Op donderdag halen we ons startnummer op. ’s Avonds bij de presentatie van de elitelopers is het een weerzien met andere Nederlandse trailers. Maar bier drinken? Ho maar! Iedereen wil eigenlijk op tijd naar bed. Op weg naar onze bungalow blijven de woorden van de winnaar van vorig jaar, Gediminas Grinius, door mijn hoofd spoken. Gevraagd of hij met zo’n topveld aan de start niet een enorme druk voelde, antwoordde hij het volgende: ‘I feel no pressure whatsoever. I just want to push my boundaries, be the best I can be and enjoy the race!’  Na deze woorden is deze man mijn nieuwe voorbeeld. ‘Be the best you can be!’ Dat had ik even nodig. Ik werd er helemaal blij van!
Vrijdag bracht ik door met pogingen om in, wat ik noem, de Zen Zone te komen. Het hoofd leeg, volledig gefocust op het doel. Op hetzelfde tijdstip vind in België de eerste editie van de Legends Trail plaats. Een navigatietrail van 250 km waar veel bekenden starten. Voor mij nog een maatje te groot. Via Facebook wordt behoorlijk meegeleefd met beide evenementen. Ik wens alle deelnemers daar succes en kruip weer in mijn cocon van rust, roomijs en lokale zwerfkatten. Op wie ik hier een enorme aantrekkingskracht schijn uit te oefenen. Maar dat kan ook het roomijs zijn, bedenk ik me nu.

Mijn uitrusting heb ik iets aangepast ten opzichte van vorig jaar. En uitvoerig getest natuurlijk. Toch trek ik ’s middags alles nog eens aan. Ik verstel wat bandjes, verplaats wat reepjes van het ene vakje naar het andere en constateer dat ik de twee bananen maar in de bus op moet eten. ’s Avonds bij het eten gooi ik mijn bord vol met grote hompen vlees en patat met veel mayonaise. De chocolademousse is niet zo lekker als wanneer ik ‘m zelf maak. Toch schep ik twee keer op. Pasta party’s zijn zo 2013.
Na het eten kleed ik me op het gemak om en struin uitermate langzaam richting de Meloneras expo vanwaar de bussen ons naar Agaete zullen brengen. Onderweg drink ik in mijn speelpakje nog een dubbele espresso bij de bar van ons resort. Een man met afritsbroek een ruitjesbloes kijkt me meewarig aan. Hij kan het niet laten en vraagt wat ik ga doen. Na mijn uitleg staat hij hoofdschuddend op. Mij in zichzelf voor gek verklarend.
Eenmaal bij de bus wordt ons duidelijk gemaakt dat we onze poles niet mee in de bus mogen nemen van de chauffeurs. Die moeten in het ruim. Ja, zeg. Dank je de koekoek. Ben ik ze straks kwijt. Ik wurm ze onder mijn trui en houd mijn racevest er half overheen als ik de bus inga. Het lukt. We vertrekken ruim voor het schema. Ik maak een babbel met mijn buurman over koetjes en berggeitjes. Na een kwartier is het stil in de bus als we richting Agaete rijden. Iedereen zit in zichzelf te wezen.

Going to the run

Iets buiten Agaete worden de lopers afgezet naast een weiland. In het licht van auto’s staat een lange rij atleten te plassen. Ik zoek mijn plekje in de rij en sluit me aan bij dit ritueel. De start-area kun je niet missen. Luide muziek en veel spektakel zullen de lopers  het laatste uur voor het startschot begeleiden. Ik zoek een rustig plekje en zoek mijn lampje. Dat blijkt al aangestaan te hebben alle tijd dat het in mijn tas zat. Mijn eigen fout: had ik het maar moeten locken in de off-stand. Ik plaats direct de reservebatterij en prijs me gelukkig met de keuze om ook een reservelampje mee te nemen. Dat zou ik pas in het laatste uur van de tweede nacht nodig hebben.
Jeroen Krosse weet me te vinden en leidt me naar een knus cafeeke waar een tafeltje wordt bevolkt door Thomas en zijn steun en toeverlaat Eido Dunkerbeck, Irene Kinnegim en Jeroen. Prima gezelschap in deze situatie. We keuvelen wat over traildingetjes.
Een laatste gang naar het privaat. Ik neem nog even zorgvuldig mijn strategie door: Doorlopen!
Op weg naar het startvak worden handen geschud en succes gewenst. Thomas en Irene sluiten aan in het elite-vak terwijl Jeroen en ik naar achteren lopen. Eenmaal daar blijkt dat er een vak is voor onder de 20 uur en een voor daarboven. Succeswensen en een mislukte selfie voordat we beiden naar ons vak gaan. Dan is het nog 15 minuten wachten. Ik strik mijn veters en klap mijn poles uit. Een helikopter hangt in de lucht. Schijnwerpers verlichten de haven. We wachten.

Ain’t no mountain high enough

Na de start hobbelen een goede 800 atleten richting eerste berg. Ik hobbel mee. Fantastisch om te zien hoeveel mensen er staan om ons toe te juichen. De eerste klim zal ons ruim een kilometer hoger brengen. Eenmaal buiten de bebouwde kom zien we de eerste berg liggen. Eenmaal halverwege zien we de uiteindelijke top van de eerste klim. Nog eens zo’n stuk klimmen. Dat maakt me niet uit. Voor mij gaat het eigenlijk iets te traag. Maar ik laat me niet gek maken en houd de rem erop.
Ik kijk achter me en schat dat er een dikke 100 lopers achter me aan komen. Op de singletrack naar boven is weinig ruimte voor inhalen. Gewoon doorlopen dus.

Thomas had me gewaarschuwd voor het technische gehalte van de eerste afdaling. Losse stenen, smalle paden, goed kijken waar je je voeten zet. Bij de ravito’s houdt ik zo’n efficiënt mogelijke stop. Eerst de bidons vullen. Dan cola drinken. Vervolgens kaas en worst en rozijnen. Aangevuld met wat dan ook. De tweede lange klim gaat ook vrij makkelijk. Achteraf ben ik blij dat we daar in het donker liepen. Bij daglicht hadden we kunnen zien langs wat voor diepe afgronden we liepen.
Indachtig het aangename weer van vorig jaar en de relatief gunstige weersverwachting voor dit weekend had ik een korte broek aangetrokken. Boven droeg ik twee lagen. Dat was genoeg zolang ik in beweging bleef. Op de bergen was het vrij koel. Koud eigenlijk. Ik was blij bij de derde post te komen, Artenara.

Ik vraag aan een meisje of zij mijn flessen wil vullen. Ze lacht en zegt dat ze niet bij de organisatie hoort. Maar ze doet wel wat ik vraag. Of ze nog iets warms hadden? Helaas, er was niets. Ik ging even zitten en merkte dat de kou mijn lijf te pakken had. Goed, windjack aan, droge buff op de kop en gaan! Net op dat moment komt het meisje aanlopen met een thermoskan en een bekertje. ‘I have some quinoasoup for myself. But you can have some if you want.’ Mijn Spaanse engeltje.
Mijn tranen in mijn ogen drink ik de onsmakelijk uitziende drab op.

“Ik heb de Nathan Journey gebruikt op meerdere dagtochten en tijdens een driedaagse tocht en kan niet anders zeggen dat ik hem met veel plezier heb gedragen.”

Here comes the sun

Ik klim het dorp uit en voel me goed. De warme soep en gastvrijheid zorgden voor een goed gevoel. De schemering kondigt een nieuwe dag aan terwijl ik klim naar een mooi uitzicht over Artenara. Paadjes, singletracks en lintjes, veel lintjes. De TGC is best uitgepijlde trail waar ik ooit aan meedeed! Als ik er eentje mis loop ik een stukje terug. Om er dan achter te komen dat ik niet goed heb gekeken. Kan de vermoeidheid zijn. De afdaling naar Fontanales geeft de laatste kilometer een soort van safari. Dwars door struiken en andere groen onkruid worden we naar het dorp gedirigeerd. De Advanced race startte in Fontanales. Ik herinner me veel lawaai en spektakel. Toen ik in de miezerregen het pleintje oprende dat ik nog herkende van vorig jaar stond er slechts een kraam met behulpzame vrijwilligers. In relatieve stilte.
Ik deed mijn ding en keek even op mijn telefoon. Een priveberichtje van Gideon: ‘Doorlopen!’ Kijk, dat zijn tips waar ik iets aan heb. Met een stuk brood met worst nog in de hand ging ik verder.

The loneliness of the long distance runner

Voor mezelf had ik de race inmiddels opgedeeld in drie marathons. De eerste had ik reeds achter me liggen . Met een dikke vier km klimmen er bij. De tweede marathon, van Fontanales naar Garanon kende ik van vorig jaar. Dat wil eigenlijk alleen maar zeggen dat ik bepaalde punten en klimmetjes herkende. Kijk, een klim over rotsen of door de bossen kan nog zo lastig zijn. Die is altijd anders. Maar in die bergdorpen heeft men betonweggetjes gemaakt met een stijgingspercentage van 30%. En dan niet eentje. Maar veel! Gelukkig kon ik lekker doorgaan.

Al een tijdje liep ik lange stukken alleen. Dat is voor mij het ultieme genieten. In je eentje tegen zo’n berg op knallen. Of er van af. Alles moet uit jezelf komen. Ook als het even wat minder gaat. Vooral dat laatste is een aspect waarop je eigenlijk alleen maar kan trainen door (ver) buiten je comfortzone te komen. Heb ik ondervonden. De omgeving zorgde ervoor dat ik me in mijn element voelde. Ondanks de vermoeidheid. Ondanks de kou. Doorlopen, Daams! ‘Every state of mind is temporary’ . De meesten weten wel van wie dit komt. Mij heeft het geholpen.

In Teror ga ik even zitten in het oorverdovende volume van de door mij verafschuwde elektronische dansmuziek. (Haal je voor de geest hoe Philip Freriks ‘House muziek’ uitspreekt…) Als je uit de rust van de bergen komt is dit even omschakelen. Maar ook dat kan ik.  Een jonge enthousiaste vrijwilliger staat helemaal uit zijn dak te gaan terwijl hij goed voor de lopers zorgt. Ik hoef niets te doen. Hij vult mijn flessen, haalt cola, gooit mijn afval weg, ik hoef alleen maar te zitten. Tussendoor danst hij en praat hij de lopers naar binnen. Ook voor de vrijwilligers is het een feestje. Heerlijk om te zien hoe ze er van genieten!

Run to the hills

De klim naar Talayon kost me wat meer moeite. De benen voelen nog wel goed maar een algehele vermoeidheid maakt zich van me meester. Raar. Ik neem de vrijheid om eens een minuutje stil te staan en te kijken naar hoe het eiland zich onder mij aan de zon toont. He, een bankje! Daar kan ik mooi even zi… DOORLOPEN! Enkele kilometers verder wordt de klim wat flauwer. Vlak voor we een weg over moeten steken om het bos in te gaan staat een bushokje. Ik herinnerde mij de powernap van Jeroen tijdens de Maxirace in Annecy vorig jaar. Dat was voor mij een eye-opener. Ik kruip op het bankje, zet mijn gsm wekker op 8 minuten en sluit mijn ogen om even totaal te kunnen ontspannen. Met hernieuwde energie hervat ik de tocht. De paar honderd meter stijgen doen me niets. Het lijkt wel alsof ik naar boven vlieg. Hillrepeats zijn de shizzle, mensen! De afdaling naar Tejeda kon ik vorig jaar vrij vlot rennen. Nu lagen de kaarten even anders. In mijn herinnering was het een stuk minder technisch dan me nu voorkwam. Ik besluit tot speedhiken met hier en daar een stukkie dribbelen. Als je een keer verkeerd valt op die rotsen kan de race zo afgelopen zijn. Dat is het mij niet waard. Bovendien maakt het geen ruk uit of ik nu als nummer 650 of nummer 750 eindig. Zo lang ik maar heel over de meet kom.

Young Americans

De ravito in Tejeda bleek een stukje verplaatst te zijn. Een kleine 1000 meter verder aan een mooi terras. Onderweg raakte ik in gesprek met een jong stel uit de USA. Zij klaagde dat dit ‘The worst organized trail she’d ever attended’ was. Waarom? vroeg ik. Blijkt dat de ravito’s soms wel bijna een kilometer verder lagen dan op het kaartje stond aangegeven. En dat de organisatie dat beter had moeten communiceren. Nee, ze hadden geen tijd om naar de briefing te komen. Waar dat wel gezegd was, overigens. Mijn antwoord: ‘Well, it is, actually, a trail run. Wich is supposed to be self-supporting. Maybe you should consider road marathons?’ Weer twee vrienden minder… Sorry, hoor. Dat gezeik op de vierkante millimeter, daar doen wij in Rotterdam niet aan. De huid van mijn voeten begint op sommige plaatsen een eigen leven te leiden. Ik besluit tot een stukje groot onderhoud. Schoenen uit, sokken uit, wassen met water, goed afdrogen, nieuwe blarenpleisters, vaseline, schone sokken, schoenen leegkloppen, aantrekken en klaar. Oh ja, Nog even eten en drinken natuurlijk.

It’s a long way to the top (if you want to rock ’n roll)

Roque Nueblo torent een kilometer hoog boven ons uit. Als een dikke middelvinger naar de deelnemers van de Trans Gran Canaria. De klim er naartoe vangt aan met een paar stukjes asfalt. Daar blijkt dat ik nog kan rennen. Op weg naar boven handhaaf ik mijn powertempo.
De Duitse vriendengroep die me in afdalingen steeds voorbij komt haal ik voor de zoveelste keer in. Achter me hoor ik hen iets mompelen over Der Niederlander und die Bergen. Het pad is wel rommelig maar goed begaanbaar
Bijna boven haal ik Claudette in die meedoet aan de Advanced race. Zij heeft in totaal al bijna drie kilometer geklommen. We wisselen even de standen van zaken uit, maken een selfie en ik loop door richting top. Eenmaal boven laat ik mijn nummer scannen voordat ik aan de afdaling naar El Garagnon begin. Een half uurtje later zit mijn tweede marathon voor die dag erop.

Point of no return

Met mijn dropbag zoek ik een plekje om mezelf te verzorgen. Overal om me heen zitten en liggen lopers in verschillende staten van ontbinding. Een huilende gladiator hier, een bibberende vrouw onder een warmtedekentje daar. Twee stevige Italianen naast me overwegen uit te stappen. Ik bemoei me ermee en vraag of ze gewond zijn. Nee, dat zijn ze niet. ‘ Why stop, then?’ Een paar minuten later gaan ze weer op weg na een welgemeende handdruk. Goh, ik kan mensen motiveren! Een bord met pasta is geen lang leven beschoren. Zeker niet met zoveel cola. Een schone set kleren aan en, wel ja, ook maar verse schoenen. Mijn voeten waren toch al een zooitje. Wat vaseline op de juiste plekken smeren zorgt voor wat comfort. Ik zit net aan mijn tweede bord pasta als de Chef de Ravito komt vertellen dat we nog 20 minuten hebben voordat de cut-off time in werking gaat. ‘I’ll be gone in 10 minutes!’ Deel ik hem mee. Vanonder een warmtedekentje wordt me een blik toegeworpen waarvan ik nog steeds niet weet of die nu bewonderend, jaloers of meelijwekkend was. Nog ruim tien uur voor de derde en laatste marathon terwijl ik de meest lastige klimmen heb gehad. Ik ga finishen! Het eten en de schone kleren zorgen voor een mentale opkikker van heb ik joe daar. Als ik de post verlaat is het bijna donker. Ik voel ik me geweldig. De steile klim van een paar honderd meter naar Pico Nieves herinner ik me van vorig jaar. Gewoon doorbeuken, niet stilstaan en dan sta je opeens op het hoogste punt van de hele trail. Het is gaan regenen en behoorlijk gaan waaien ook. Als ik de vangrail overklim om naar de meetmat 100 meter verderop te lopen voel ik de pasta en cola omhoog komen. Ik geef ze hun vrijheid terug en ren door naar en over de mat. Of ik in orde ben, vraagt de medewerker.’ I’m ok. Thank you! ‘ Voordat ik aan de lange afdaling naar Tunte begin herschik ik mijn kleding en zet mijn capuchon vast met mijn koplamp.

Station to station

Het eeuwenoude keienpad is breed genoeg om te kunnen rennen. Maar ook hier geldt weer dat een misstap verschrikkelijke gevolgen kan hebben. De aangrenzende diepte dwingt me tot scherpte. De overwonnen vermoeidheid onderschat ik niet. Het blijft een technisch stuk. Eindelijk bij de provinciale asfaltweg meen ik me te herinneren bijna bij Tunte te zijn. Helaas, dat was nog een stukkie verder. Als ik een wandelende loopster inhaal verlies ik mijn evenwicht. Met mijn een van mijn stokken kan ik me voor een valpartij behoeden. Dat wordt gelijk de laatste keer dat ik die stok gebruik want hij breekt af als een lucifer. Geschrokken stop ik even. Wat nu gedaan? Als dit aan het begin van de race was gebeurd had ik echt een probleem gehad. Mijn klimcapaciteiten zijn voor een groot deel gebaseerd op het gebruik van poles.
(Ik realiseer me vreemd genoeg direct dat ik klimmen zonder poles meer moet gaan oefenen) De ergste afdalingen heb ik gehad. Nog twee klimmen waarvan ik er eentje ken. En met een stok kom je een heel eind. In mijn geval tot aan de finish, neem ik me voor.
Ik bind de resten van de gebroken stok op mijn backpack en doe wat ik moet doen. Doorlopen. Eenmaal in Tunte mik ik de kapotte stok in een container, vul mijn flessen en ga even zitten om wat te eten. Ik neem de cijfers door en maak wat berekeningen. Finishen is geen probleem zolang ik heel blijf. Alles voelt prima en er zijn nog maar twee klimmetjes te gaan. Waarvan de eerste niet technisch is. Naar de uitgang lopend bedank ik de vrijwilligers en steek nog een stuk brood weg. Het dorp uitwandelend maak ik al flink wat hoogtemeters. Eenmaal vlak hervat ik mijn speedhiken. Dik 7 km/hr. En dat met 1 pole. Onderaan de volgende klim zakt het tempo iets maar ik weet lekker door te stampen. Binnen een half uur sta ik ruim 400 meter hoger en heb ik een tiental lopers ingehaald. Ik herken de weg die achter deze rots ligt en begin te rennen. Klaarwakker ben ik. Nog een flutstukkie en we zijn er. Ik wil luidop zingen maar ik bewaar mijn adem voor de zuurstoftoevoer naar mijn longen.

Saturday Night

Waar we vorig jaar richting Arteara liepen worden we nu via lastige singletracks downhill geleid. Ik ga zo snel ik kan zonder te rennen. Af en toe haal ik wat lopers bij. Even blijf ik er achter hangen om te zien of ik wat kan met hun tempo. Om binnen een minuut beleefd te vragen of ik kan passeren. Waarna ik er met een koleretempo voorbij marcheer.

Na dik 100 km pak ik mijn gsm en zie dat Thomas, die inmiddels geweldig is gefinisht, mij vraagt hoe het gaat. Blij met de support deel ik mee dat ik nog 5 uur heb voor 19 km en dat ik het ga halen. Dan blijkt dat ik volgens de Livetrail website ‘ retirado’ ben. ‘Withdrawn’ . Uitgestapt. Fok! Dat komt hard aan in deze fase. Het kan niet anders dan een fout zijn . Die ik nu niet kan oplossen. Thomas adviseert me om door te lopen. Duh! Hij geeft nog wat tips over het laatste stukje en wenst me succes. 10 minuten later loop ik de een na laatste post binnen, Ayagaures. Bij de official leg ik de situatie uit en deel hem mee dat ik nog steeds in de race ben. Hij vraagt goed door, noteert mijn bib nummer en pakt waar ik bij sta zijn telefoon. Dat geeft me rust. Bij de voertroggen prop ik me vol. Een paar koppen thee met suiker erbij en ik ben klaar voor de laatste ruk. De laatste klim is er een van likmevessie. Gewoon een breed plat pad omhoog. Ok , ik haal net die 7 km/hr niet. Maar wel bijna! Eenmaal naar beneden weet ik dat ik de afstand die nog voor me ligt niet mag onderschatten. Het is nog steeds een paar uur lopen
Maar dat is het eigenlijk de hele dag al. Een paar uur lopen. Naar de volgende post.

Rock ’n Roll Highway

De gast die dat nieuwe laatste stuk van de TGC heeft bedacht, daar ben ik nog niet klaar mee. Losse keien. 10 kilometer achter elkaar! Ik herhaal. 10 kilometer losse keien. Tussen hoog bamboe door. Er komt geen eind aan! Het gaat maar door! Het houdt nooit meer op! Losse keien! Tussen bamboe door! De rest van mijn leven! Terwijl ik in mijn hoofd weet dat het einde met iedere stap dichterbij komt. Dus ik doe wat ik moet doen. Juist. Na een paar uur schijnt kunstlicht tussen de bergen door. De lantaarns langs de snelweg worden zichtbaar. Hieronder moeten we door om in de rivierbedding richting Maspalomas te komen. Als ik het bordje ‘5 km tot de finish’ zie weet ik dat het in dit tempo nog steeds zo’n drie kwartier kan duren. Rennen is uitgesloten. Mijn voeten staan in brand. En de uit platte keien bestaande rivierbedding lijkt te riskant om te rennen. Een keer blijven haken en je gaat plat. Op drie kilometer is nog een verzorging. Ook hier houden de vrijwilligers een feestje. Onder applaus laat ik een van mijn flessen nog vullen. Je zal eens zonder water komen te zitten die laatste kilometers… Als ik iets later langs een afgezette weg de Meloneras Expo zie liggen weet ik dat het gebeurd is. Ik laat het hoge wandeltempo los als ik de laatste bocht om ga richting finish. Ik zie Claudette staan. Uiteraard zit er nog een U-bocht in die helemaal genomen moet worden. Ik stap door. Zo’n tweehonderd meter voor de finish zie ik aan de andere kant een loper in volle vaart aan komen hollen. Dat gaat me niet gebeuren, dacht ik bij mezelf. Ik geef gas en blijk nog te kunnen rennen. En snel ook! Net als bij de Lavaredo Ultratrail 2015 zijn ook hier de laatste meters mijn snelste van de hele race.
Het podium op naar de finishboog ga ik net niet op mijn bek. Applaus klinkt als de speaker mijn naam omroept. Finishfoto, medaille, stukkie textiel en bier!

Heaven

Als ik een half uurtje later samen met Claudette uit de taxi stap en naar onze bungalow strompel realiseer ik me dat zo lang in beweging zijn iets met je doet. Ik voel me een anders mens. Vraag me niet hoe of waarom. Maar ik ben voorgoed veranderd. Ik heb het licht gezien. En ik weet hoe ik er heel dichtbij kan komen.

Doorlopen.

Splash this around