Transvulcania Ultra (RR) – Aletta van Starrenburg

door | 18 mei 2018 | Home, Nieuws, Race report

Ik word wakker op La Palma met een dicht hoofd en een pijnlijke keel. Ik draai mijn hoofd naar het raam waar ik de zonnestralen al door de gordijnen zie schijnen om een nieuwe dag aan te kondigen. Ik voel me nog steeds ziek en moe. Hoeveel dagen heb ik nog om beter te worden?

De road to Transvulcania

Na een succesvolle TransGranCanaria 64 km te hebben gelopen en meegedaan te hebben aan de verticalK serie in Nederland heb ik het gevoel goed voorbereid aan de start te kunnen staan van een nieuw avontuur. De Transvulcania Ultra Marathon. Een race op het Canarische eiland La Palma, over stoffige zwarte paden en scherpe bergkammen met geweldige uitzichten.  De route start op het meest zuidelijke puntje van het eiland, bij de vuurtoren van Fuencaliente. Na 74 km eindigt de race in Los Llanos de Aridane waarbij er dan 4350D+ overbrugd zijn…

Tussen snot en twijfel

Het is vrijdag, de dag voor de race, en ik maak de balans op. Ik ben speciaal voor deze race naar La Palma gevlogen en tot nu toe heb ik nog niet veel meer gezien dan de Airbnb waar ik verblijf en het dorp El Paso. Van het eiland verkennen en inlopen is na de eerste dag niets meer gekomen doordat een verkoudheid me gevloerd heeft. Wat baal ik. Ik hoopte dat de verplichte rust van de afgelopen dagen er voor zou zorgen dat ik nu weer helemaal de oude zou zijn. Mijn hoofd zit echter nog steeds vol snot, wat zorgt voor dichte oren en vermoeidheid. Daarnaast zit er veel slijm in mijn longen, wat ik niet goed kan ophoesten. Jemig, moet ik in deze conditie überhaupt starten aan de wedstrijd? Voor het eerst twijfel ik of het wel verstandig is om dit te doen. Ik besluit de keuze uit te stellen en mijn spullen klaar te leggen voor morgen. Als de wekker gaat is het nog vroeg genoeg om de knoop door te hakken.

On-Canarisch-weer en Engelse humor

En vroeg is het! Om 02:30 gaat het alarm af en heb ik een kwartier om in de auto te stappen en naar Los Llanos te rijden. Door het donker rijd ik de smalle weggetjes naar beneden en besef ik dat ik door in de auto te stappen de keuze al heb gemaakt. Ik ga ervoor vandaag! In Los Llanos stap ik in de bus van de organisatie die de deelnemers over donkere weggetjes vol haarspeldbochten naar de start brengt. Na drie kwartier gaan de deuren van de bus open en stap ik uit. Er staat een keiharde wind, die de petjes van deelnemers door de lucht laat vliegen. Ik doe de capuchon van mijn windjasje op, klik mijn hoofdlamp aan en loop door het donker naar de vuurtoren toe. Achter deze reus verschuil ik me om enigszins uit de wind te kunnen staan wachten en het niet te koud te krijgen. Dit was toch een Canarisch eiland? Het is 04:10 en ik moet nog wachten tot het 06:00 is om van start te mogen gaan. In deze tijd probeer ik nog wat happen havermout te nemen, want tijdens de busrit viel mijn ontbijt niet zo goed. Ik vang een gesprek op van een groepje Engelse trailers die graag op tijd willen finishen vandaag zodat ze het Eurovisie Songfestival kunnen volgen. Ik moet lachen om de Engelse humor en voel me wat meer ontspannen. Als ze zich opmaken om naar het startvak te gaan, besluit ik ook uit mijn windvrije hoekje te komen en hen te volgen.

Animo!

Bam! Siervuurwerk knalt uiteen en in een dichte stroom van lopers vecht ik voor mijn plekje terwijl we omhoog lopen over paden met gruis en lavabrokken. Ik ben begonnen! Ik neem een lekker tempo aan en merk dat mijn benen er zin in hebben. De training van de afgelopen weken heeft zijn werk gedaan. Het eerste gedeelte van de steile klim omhoog heeft 800D+ over 7km en gaat naar Los Canarios, waar de eerste drinkpost staat. ‘Campeona, venga’! In het eerste licht ren ik door een haag van toeschouwers het dorp door. Alle aanmoedigingen zorgen voor een grijns van oor tot oor op mijn gezicht. Wat is dit gaaf om mee te maken. Na het optoppen van mijn softflasks vervolg ik de klim naar Las Deseadas. Hier ligt de tweede drinkpost op 1828 m hoogte en op 17 km van de route. Om daar te komen volg ik de stoffige zwarte zandpaden omhoog. Het waait nog steeds hard, en de schoenen van de trailers voor mij gooien bergen fijn stof omhoog wat in mijn gezicht waait. Ik snuit mijn neus maar weer eens en probeer niet teveel rommel in mijn ogen te krijgen. Het bos om me heen wordt steeds wat opener en het uitzicht is geweldig. De zon schijnt, in het dal hangen de wolkenpakketen waar ik overheen kan kijken en om me heen zie ik kale zwarte bergruggen liggen. Ik neem een klein moment om even echt te kijken en geniet.

Na de tweede post is het genieten over. Doordat de route weer afdaalt kom ik in de wolken terecht die tegen de bergkam aanhangen. De snijdende wind en regen zorgen ervoor dat ik het koud krijg en mijn longen beginnen pijn te doen. Al lopend trek ik mijn windjasje aan en baal ik er stiekem een beetje van dat ik niet mijn regenjas heb meegenomen. Nu de omstandigheden niet ideaal meer zijn merk ik dat mijn lichaam niet zo sterk is als normaal. Het kost me meer energie dan ik wil en ik blij als ik bij El Pilar de eerste post binnenloop waar ik ook wat kan eten. Omdat de halve marathon hier finisht, is het een drukte van belang en word ik ook hier aangemoedigd of ik een topatleet ben. Het enthousiasme en de sandwiches die ik genomen heb doen me goed.

Deze nieuwe energie zal ik nodig hebben ook, want tot na El Reventón, de post op 31,5 km is het hondenweer. Ik kan niks zien van het uitzicht om me heen omdat we nog steeds in de mist lopen en de rukwinden smijten koude druppels in mijn gezicht. Waar ik normaal juist floreer in slecht weer, voel ik me nu steeds zieliger worden. Schijnbaar voelen sommige mannen zich nog zieliger, want ik kom er steeds meer tegen die omdraaien en teruglopen naar een pick-up point. Dat ik nog steeds doorloop met mijn dichte koppie vol snot geeft me een trots gevoel. ‘Animo, animo!’

Protesterende benen

Na El Reventón wordt het weer wat beter weer. Ik krijg het warmer en ik heb er weer vertrouwen in dat ik het ga klaarspelen om de race goed uit te lopen. Omdat er ondertussen ook lopers van de marathon op het parcours zitten, ben ik constant bezig met het roepen van verontschuldigen om er langs te kunnen komen, om ze daarna te bedanken. In mijn hoofd vervloek ik de lopers die me uit mijn ritme halen en me ophouden. Ga aan de kant allemaal, ik wil wat km’s goedmaken nu! Het lijkt of ik vleugels heb gekregen tot aan de hoogstgelegen post Roque de los Muchachos op 51 km en 2420m hoogte.

Ik zie een hoop lopers borden pasta wegwerken terwijl ze gezellig met elkaar zitten te kletsen aan tafel. Ik vind het maar een drukke bedoeling in de tent, en na wat watermeloen en een broodje loop ik door.

Ik kom langs de enorme witte koepels van de sterrenwacht en bedenk me wat een geweldig gezicht het moet zijn om daar ’s nachts te mogen kijken naar de sterren. Niet veel later wordt deze gedachte verdrongen door het feit dat ik begin te twijfelen of het niet beter was geweest wat meer tijd te nemen op de post. Ik begin me een beetje moe te voelen, mijn buik doet pijn en de brandende zon in mijn nek herinnert me eraan dat ik ben vergeten om me in te smeren. Er is niet veel over van de energie die ik net nog had.

De 2400D- die me nu te wachten staat tot aan Tazacorte zijn zwaar. ‘Kom op Alet!’, moedig ik mezelf aan. Mijn benen beginnen steeds meer pijn te doen, naar mate ik verder afdaal, en in gelijke mate wordt het ook nog eens steeds warmer. Ik begin bijna terug te verlangen naar het slechte weer van vanmorgen. Als ik terecht kom op het parcours van de VerticalK vervloek ik ondertussen het steile pad vol stenen. Ik kan geen lekker ritme meer vinden, mij knieën protesteren en ik vind er niks aan. Waarom doe ik mezelf dit toch aan?

Dan eindelijk loop ik weer vlak over de boulevard van Tazacorte. Opnieuw hagen van mensen om me heen, aanmoedigingen en high fives. Dit geeft een boost na die eeuwig durende lange afdaling. Helaas is dit alleen de finish van de marathon afstand en heeft iemand ooit bedacht dat het leuk zou zijn om de ultra te laten finishen in Los Llanos. Hiervoor moet je echter door een droge rivierbedding lopen om vervolgens een steile betonnen weg omhoog te volgen. Weer omhoog. Mijn benen protesteren en geven aan het nu echt genoeg te vinden.

Fotocredits: Penyagolosa Trails

High fives @ the boulevard!

Mijn horloge denkt er ook zo over en valt uit. Nee hè! Nu heb ik geen idee meer hoe ver ik nog moet in die laatste 5 km naar de finish. Gestaag stap ik verder tot de weg overgaat in asfalt en ik zie dat ik nu echt in Los Llanos aangekomen ben. De laatste km voert door het dorp, waar ik vanaf terrasjes aangemoedigd wordt. Steeds meer mensen staan opgesteld langs de route en kinderen willen high fives geven. Door deze geweldige atmosfeer vergeet ik mijn pijnlijke benen en haal ik in een laatste spurt nog verschillende lopers voor me in. Ik kom over de finish in een tijd van 13:17:22. Had ik het sneller kunnen doen zonder verkoudheid? Ik denk het wel. Maar nu ben ik vooral trots en tevreden dat ik de race heb uitgelopen. Het is goed zo.

Splash this around