UPNL not a virgin anymore

door | jun 14, 2016 | Nieuws, Routes

Het Ultrapad Nederland is een GPX-creatie van Han Savelkoel. Het loopt grofweg van Wezep (Zwolle) via Hoog Soeren (km 39, Apeldoorn) naar Arnhem (km 74) en dan via Wageningen, Rhenen (km 110) Austerlitz, Soesterberg en Soest naar Hilversum (km 160).

Han ontwierp het pad als racetrack, om lopers van een parcours te voorzien om zo lang mogelijk te lopen, binnen de daglichtperiode (17 uur) op de langste dag van het jaar (21 juni). Niemand liep het UPNL ooit uit (maar Jonathan Koutstaal en Mildred Haans kwamen beiden erg ver). Zelf heb ik de daglicht beperking bij het UPNL nooit helemaal begrepen, het is een perfecte pad voor een 24 uurs.

Time for action!

Ik start in Wezep, vrijdag om 13.00 uur, na een treinreis vanuit Den Haag, via Arnhem, om van Han een GPS apparaat en hoofdlampje te lenen. Omdat ik pas kort ervoor heb besloten het UPNL te lopen is mijn materiaal een beetje bij elkaar geharkt.
De start is vreemd. Ik stap uit de trein, wacht tot het paarse lijntje op mijn beeldschermpje verschijnt en start met lopen. Het eerste stukje naar Arnhem is bekend terrein. Mooie stukken bos, on-Nederlands mooie valleitjes en stukken hei, en weinig volk op vrijdagmiddag. Ik zie een paar grote herten en een familie zwijnen met nazaten. In een herberg in Hoog Soeren kan ik foerageren, net iets buiten de ‘racetrack’. Vlak voor Arnhem beland ik in een ‘experimenteel’ stuk van de route in een nest teken. Precies op het moment dat de zon ondergaat pulk ik zeker vijftien van die beesten van mijn benen, het heerst.

Als ik met de teken bezig ben komt Han aangelopen, met camera. Han filmt mallotige acties als deze graag. Samen lopen we het laatste stuk naar zijn huis, gelegen -hoe kan het ook anders- dichtbij de route. Bijna op de helft. We doen thuis bij Han een uitgebreide tekensessie. Van Han’s twee benen komen ongeveer 50 teken, we staan beiden perplex van de hoeveelheid. Han’s wederhelft Moniek is net van Lyme genezen, we nemen het tekenprotocol serieus.
Na een douche, een soep en een bier ga ik de nacht in. De sfeer is ’s nachts heel anders dan bij daglicht, de donkerte in mijn eentje maakt de beleving intenser. Ieder geluid krijgt betekenis. Enkele keren schrikt een slapend dier vlak naast of op het pad zich wild van mij, om zich vervolgens met veel misbaar uit de voeten te maken. Goed voor een stevige adrenalinestoot. Oogjes lichten op in mijn lichtbundel, je bent nooit alleen in het bos. Ik passeer bordjes: ‘opengesteld voor wandelaars, tussen zonsopkomst en zonsondergang.’ Ik bedenk een geldig excuus voor de boswachter. En vergeet het weer.

Het is moeilijk om een beetje gemotiveerd te blijven als ik richting de 100 km loop. Ik heb de gebruikelijke pijntjes, maar besteed er geen aandacht aan. Veel gegeten heb ik nog niet: een stuk appeltaart in Hoog Soeren, twee flinke koppen soep bij Han en paar kindervuist grote wraps met rijst en tonijn. Ik heb geen zin, geen honger en een weeë maag.

Spoorzoeken

Het is in het donker af en toe even zoeken om het GPS spoor te matchen met de toegankelijke delen van het bos. Soms is er geen beloopbaar pad. Dan heeft de tijd de digitale kaart ingehaald en is het spoor in onbruik geraakt, of probeert de eigenaar van het terrein het pad te laten ‘verdwijnselen’. Maar ik volg braaf mijn digitale richtingaanwijzer. Op de meter, als het moet, met soms een bosschageworsteling tot gevolg. Ik loop door een groot spinnenweb heen, waarbij het lijkt of de spinrag een stevig touw is. Mijn gezicht en lijf zit vol plakkerige draden en er loopt iets groots over mijn arm. In een reflex sla ik het nachtelijke monster van mijn arm. Het leek wel een vogelspin. Maar mogelijk was het ook gewoon een dor blad.

Daglicht breekt aan, ik ga voor de tweede keer even languit liggen op het pad. Ik doe mijn ogen een paar minuten dicht. Ik ontspan helemaal, echt in slaap val ik niet, het regent licht. Bij zeer vroeg daglicht loop ik om Wageningen heen door de zompige uiterwaarden van de Neder-Rijn. Niet veel later heb ik in het nog slapende Rhenen het geluk dat een bar me een kop koffie wil schenken om 6:30. Op de WC vul ik mijn water aan, drinkwater is schaars onderweg. Op de teller staat 110 km.

Vanaf Rhenen is het redelijk bekend terrein, het UPNL volgt een kleine 30 km de UHT. Ik tik de bekende stukken voor mijn gevoel redelijk snel weg. Waar ik in de nacht en rondom Wageningen flinke stukken moest wandelen vanwege de donkerte en mijn moeie hoofd en benen, kan ik na de koffie in Rhenen weer 3 uur redelijk snel doorlopen. Ergens rond 10  en 11 uur zit ik aan een uitsmijter in Austerlitz. Nog even, weet ik. Ruim 20 uur onderweg, tijd voor een finish. En ik ben er ook wel klaar mee.

Maar Hilversum is nog een stukje lopen. Ik reken. Mijn GPS geeft aan dat ik 136 km heb gelopen, ik stel me in op nog ruim 15 resterende kilometers. Het zullen er uiteindelijk wat meer worden. Rondom het voormalige Vliegveld Soesterberg moet ik even diep graven in mijzelf, ik herken de ultraprocessen in mijn hoofd. Alle scharnieren doen pijn, de maag wil echt niet meer, mijn hoofd hunkert naar een kussen, ik ervaar de paar kilometer asfalt als eindeloos. De lange rechte stukken dreunen hard door op mijn knieën. Inmiddels is het zaterdagmiddag en is de regen voorbij. Half Nederland trekt recreërend, e-bikend, joggend, scoutend, hond uitlatend en paardrijdend aan me voorbij.

Na iets meer dan 26 uur loop ik in een soort trance door het gebied waar mijn lange bostocht overgaat in de bebouwing van Hilversum. Han zit op een kruk achter een camera op een statief aan de rand van het bos op me te wachten. Nog een kilometer naar het station Sportpark te Hilversum, waar het UPNL eindigt. En zo opeens als het begon, is het dan klaar. UPNL is not a virgin anymore!

Jonathan vangt ons op in zijn huis, honderd meter verderop. Onder de douche haal ik nog een paar teken van mijn vel. In een mail van Han lees ik een dag later dat ik 26:23 uur over de 157 km deed. For the records.

Splash this around