Bloembakken & bankjes: de Adamello Ultratrail 2016

door feb 28, 2017Nieuws, Race report0 Reacties

Hier sta ik dan, op het dorpsplein van Vezza d’Oglio waar over drie dagen de Adamello Ultratrail van start gaat. Ik herken de kerk van het filmpje van vorig jaar. Ik loop over het zonovergoten plein en vraag me af hoe het zal zijn als ik daar vrijdagochtend start. 180 kilometer en 11.000 hoogtemeters. Ga ik dit echt doen?

Nog drie dagen…

Om me aan te moedigen is mijn vriendin Chantal mee gekomen naar Vezza d’Oglio. Samen maken we een wandeling naar de Rifugio Aviolo. Wat is het hier mooi! We genieten van de bergen om ons heen. Hier loopt ook mijn trail. De gele vlaggetjes met het Adamellologo zijn al geplaatst. Bij het meer, net achter de hut, hebben we uitzicht op de besneeuwde bergtoppen. Straks loop ik hier en ben ik op ruim 130 km. Hoe zal ik me dan voelen? Hoe zal het gaan?
Op donderdag verkennen we de punten waar Chantal met de auto kan komen om me aan te moedigen. Ik vind het sowieso fijn om van tevoren wat punten te zien waar ik straks langs kom. Dat geeft herkenning tijdens de trail, dan weet je onderweg waar je naar op weg bent. Dat maakt het voor mijn gevoel net weer een beetje makkelijker. Je kunt je verheugen op het weerzien met een bekende plek.
Tussendoor ben ik bezig met het intekenen van de route op de kaart. Afstanden, hoogtemeters en posten. Alles komt op mijn kaart te staan. Ik wil een goed idee hebben van wat ik kan verwachten.  Hoe steil is het? Hoe is de omgeving? Waar zijn de posten? Op deze manier kan ik de route vooraf visualiseren.

‘Doorlopen’ en ‘genieten’

Het is de avond voor de start. Heb ik alle verplichte materialen? Wat wil ik verder meenemen, hoeveel repen? En wat uiteindelijk toch niet? Nu nog zorgen dat het allemaal in mijn rugzakje past. De drop bag voor halverwege in Punte di Legno stop ik vol met alles wat misschien handig kan zijn. Ik speld mijn startnummer op en al het materiaal is gereed. Ivo, een loopmaatje, is nu ook aangekomen om me aan te moedigen. Hoe gezellig de avond ook is, ik wil het niet te laat maken. Nu moet ik slapen, want tijdens de wedstrijd is daar waarschijnlijk niet veel tijd voor.
Alles is klaar. Ik heb het hoogteprofiel met de belangrijkste informatie in 7 delen geknipt en apart geplastificeerd. Bij de belangrijkste posten mag ik een kaartje wegstoppen en een nieuwe pakken. Ik heb twee hulplijnen van vrienden die de juiste dingen kunnen zeggen als ik het onderweg niet meer zie zitten. Ik mag ze bellen.

Ik pak de merkstift en schrijf op mijn arm twee woorden: ‘doorlopen’ en ‘genieten’.
Doorlopen: ook al gaat het niet snel, zolang je maar je ene voet voor de andere blijft zetten, ga je vooruit en kom je er wel. Dus ook als je het zwaar hebt. Niet stil gaan staan, maar doorlopen!
Genieten: op de momenten dat je het zwaar hebt, is het juist belangrijk dat je om je heen blijft kijken en ziet in wat voor prachtige omgeving je loopt. Je moet blijven genieten van alles om je heen, want daarvan krijg je zoveel nieuwe energie dat je daaruit kracht kunt putten om verder te gaan. Terwijl ik ‘doorlopen’ op mijn arm schrijf, denk ik terug aan een moment toen ik tijdens de TDS ’s nachts op een post álles maar dan ook alles uit mijn maag moest overgeven. Dat was vorige maand. Ik had het koud, rilde en kon amper op mijn benen staan. Ik schuifelde terug naar mijn rugzak en dacht: ‘Ik kan hier wel zielig gaan zitten doen, maar daar schiet ik niets mee op. Ik moet verder. Ik heb nog tijd genoeg, dus doorlopen. Hoe langzaam het ook gaat.’ Ik heb toen alle kleding aangetrokken die ik bij me had en ben vertrokken. Want alleen als je doorloopt kom je bij de finish.

Uitgezwaaid door de kinderen van de dorpsschool
Na mijn standaard-wedstrijdontbijt van havermoutpannenkoekjes loop ik met Ivo en Chantal naar het dorpsplein. De ochtendkou hangt nog in de lucht. Ik neem mijn tracker in ontvangst en ga tussen de andere 90 deelnemers staan. Het deelnemersveld bestaat voor voornamelijk uit Italiaanse mannen. Er zijn 7 vrouwen.
Als de kinderen van de dorpsschool gearriveerd zijn kunnen we van start. Ik heb er zin in! De muziek zwelt aan en we worden weggeschoten door een Italiaanse praatjesmaker.
Met een grote glimlach loop ik langs het publiek dat ons uitzwaait. Ik ga het gewoon doen!
We klimmen direct een heel stuk omhoog. Zodra we echt omringd zijn door de bergen zie ik een stelling uit de Eerste Wereldoorlog opdoemen. Bij de briefing werd er al op gewezen dat in dit gebied heftig is gevochten en dat het mooi is om nu in vrede op deze plek te zijn. Het is erg indrukwekkend om door de stellingen heen te lopen. Als ik terugdenk aan de mannen die hier hun land verdedigden, dan valt wat ik hier aan het doen ben daar bij in het niet.

Wat een heerlijke sfeer. Alles is lekker kneuterig. Een groot contrast met de TDS in Chamonix een maand geleden. Ik merk al gelijk dat iedereen elkaar gedag zegt bij het passeren en makkelijk even een praatje maakt. Wat een verademing. Ik vind dit toch zoveel fijner dan tijdens de TDS, waar iedereen alleen maar voor zichzelf lijkt te lopen en vrijwel geen contact maakt met andere lopers.

De hele dag loop ik lekker en geniet ik van dit prachtige gebied. De route heeft een goede afwisseling van klimmen en dalen met steeds weer mooie paden en vergezichten.

Verdwaald in de nacht

Het begint al te schemeren als ik bijna bij de post op 50 km ben. Het lukt net om die zonder lamp te bereiken. Ik ren langs de parkeerplaats en zie twee auto’s. Ik hoop op een Nederlands kenteken. En inderdaad, Ivo en Chantal zijn er! Minestronesoep en thee, cola, broodje kaas. Lange broek en shirt met lange mouwen aan. Lamp op en klaar om de nacht in te gaan. De eerste nacht wil ik niet gaan slapen. Als ik daar nu al mee begin, kom ik nooit aan.

Ik ga op weg. Het is mistig en de reflectors die de route aangeven zijn zo ver van elkaar af geplaatst dat de volgende pas opdoemt als je de vorige al weer een eindje achter je hebt gelaten. Ik weet dat ik hier een steile klim krijg, naar de volgende post.
Als ik bij een hek op een vlakker stuk kom zie ik geen volgende reflector. Ik schijn wat rond en besluit het hek te volgen. Even later zie ik gelukkig een rij reflectors, maar die dalen af en dat is vreemd, want volgens mijn kaart moeten we omhoog. Ik besluit dat het best mogelijk is dat er een klein stukje daling zit voor de klim; er zijn tenslotte reflectors.

Op dat moment had ik als check op mijn horloge naar de route moeten kijken. Maar ik heb geen idee dat ik wel eens verkeerd kan zitten. Het pad blijft dalen en ook beginnen punten me bekend voor te komen. Ik zoek er nog niets achter, tot ik besef dat het alsmaar afdalen gewoon niet kán kloppen. Op het pad waar ik nu loop ben ik eerder naar beneden gekomen, toen het nog een beetje licht was.
Ik vind mezelf een ongelooflijke oen en krijg een soort Monopolygevoel: ‘Ga terug naar start en ontvang geen 200 euro’. Ik ren weer langs de parkeerplaats. Er staat één auto. Even hoop ik dat ik een Nederlands kenteken zal zien, maar ik weet wel beter. Ik ben weer terug bij de post waar ik een half uur geleden van vertrokken ben …

Nachtelijke gastvrijheid

Wat een mist. Het is alsof ik in mijn eigen cocon loop, steeds gefocust op de route en op een nieuwe, schaarse reflector. Ik voel me goed. Heerlijk alleen in deze mooie bergen en in mijn eigen cocon in de mist, zonder een besef van tijd, gewoon gaan, mezelf voortbewegen.
In een klein gehucht word ik opgewacht door een dame die me in een primitief huisje naar binnen loodst. Het is er warm en het ruikt er heerlijk naar koffie. Als ik aan tafel ben gaan zitten, wordt me direct gevraagd waar ik zin ik heb. Zonder na te denken zeg ik ‘koffie’, want die geur is heerlijk. Allerlei lekkernijen worden naar me toegeschoven. Hoewel er nog twee andere lopers zitten lijken de vrijwilligers helemaal gelukkig dat ze weer een nieuwe loper hebben om voor te zorgen. Er komt zelfs een dame naast me zitten om me een paar bemoedigende tikjes op mijn been te geven. Ik heb het gevoel dat ze me het liefst ook nog even over mijn bol wil aaien, maar dit toch net niet durft.
Ik bedank de gastvrije vrouwen en word enthousiast uitgezwaaid. Mijn accu is door hun gastvrijheid weer helemaal opgeladen en met een big smile ga ik verder de nacht in. Wat is dit toch gaaf. Dat ik dit kan doen!

Gezelligheid van
80-km lopers op het pad

Het regent een uurtje. Gelukkig wordt het droog en heel langzaam licht. Een nieuwe dag ontwaakt. Een mooi moment om aan te komen in Punto di Legno. Als ik door het dorp loop, staat Chantal me al op te wachten. Ze rent met me mee naar de sporthal. Eerst mijn kleddernatte schoenen en sokken uit, zodat mijn doorweekte voeten kunnen drogen.
Ik heb mijn tas met reservespullen helemaal vol zitten, maar eigenlijk wil ik helemaal geen andere kleding aan. Wat ik nu aanheb zit goed en ik voel me er lekker in. Dat het stinkt naar zweet maakt niet uit. Ik wil alleen droge sokken. Ik vul mijn repen aan en leg mijn mobiel en horloge aan de lader. Ondertussen geniet ik van een heerlijke minestronesoep.

En weer op pad. Kom maar op nieuwe dag. Ik heb er zin in.
Bij vertrek uit de sporthal weet ik dat hier over een uur de 80-km trail start. De deelnemers lopen vanaf hier hetzelfde parcours als wij. Omdat zij nog fris zijn, haalt een deel ons in. De 80-km lopers zorgen voor veel gezelligheid. Af en toe maak ik een praatje. Het lopen gaat voorspoedig. Elke keer weer een geweldig ontvangst op de posten onderweg, met keuze uit pasta, minestrone, bouillon en allerlei andere lekkernijen. Iedereen is vriendelijk en behulpzaam en er heerst een gemoedelijke sfeer.
Na mijn vertrek uit Rifugio Aviolo ren ik langs een bergmeer dat er als een spiegel bij ligt. De bergen reflecteren in het gladde oppervlak met op de achtergrond de witte toppen. Ik maak een paar foto’s, maar die laten natuurlijk niet zien hoe mooi dit in het echt is. Dat heb ik al vaker gemerkt in de bergen. Het plaatje in je hoofd is het allermooist.

Op naar de tweede nacht

Bij de Pas de Gallinera traverseert het pad en een stukje verder krijg ik een knalgele bivak hut in het vizier. De vrijwilligers verwelkomen me met een wave en gejuich, gevolgd door applaus. Wauw zeg, dat is nog eens een ontvangst. Nadat mijn nummer genoteerd is, kan ik met een nieuwe dosis energie terug naar de col. Ik trek een extra laagje kleding aan en zet mijn lamp op. Nu komt de lange afdaling naar Edolo. Die begint steil. Later wordt het rotsiger en verschijnen grote steenmannen. Als ik tijdens de afdaling met mijn lamp naar de steenmannen schijn, lijken het steeds andere figuren te worden. Sneeuwpoppen, Michelinmannetjes en Starwars figuren.

Als ik Edolo binnen ren denk ik Chantal en Ivo te horen, maar ook andere bekende Nederlandse stemmen. Na alle gedaantes die ik zag in de steenmannen ga ik aan mezelf twijfelen. Is dit wel echt? Maar dan zie ik ze. Het zijn Arjan en Rob, vrienden die als verassing hier een lang weekend komen fietsen om mij aan te moedigen. Wat gaaf zeg. Wat mooi dat er zoveel mensen met me meeleven. Vrienden die me helemaal hier in Italië aanmoedigen. Maar ook vanuit Nederland volgen veel mensen mijn vorderingen. Onderweg voel ik steeds mijn mobiel trillen zodat ik weet dat ik weer een sms-bericht heb. Tijdens een klim of op een post lees ik de bemoedigende berichten die op de gekste momenten binnenkomen. Alleen al voor al die mensen die met mijn meeleven moet ik wel finishen. Maar vooral voor mezelf. Want ik wil dit! En nu hier in Edolo weet ik ook zeker dat het me gaat lukken. Ik heb tijd genoeg, ik voel me goed. Nu het laatste stuk, de laatste nacht, dit moet gewoon lukken.

Bij de post komt de iemand van de organisatie naar me toe en vertelt dat al bijna de helft van de deelnemers uit de race zijn en dat de eerste dame, Cristina, een tijdstraf heeft gekregen van 45 minuten. Zij was verkeerd gelopen en heeft daardoor de route afgesneden. Bij haar eindtijd wordt dus straks 45 minuten opgeteld. Thuis had ik al gezien dat Cristina deze zomer de Trans Pyreneeën Trail heeft gelopen van 880 km. Daar kan ik bij lange na niet aan tippen. Ik bedank de man voor de informatie maar geef aan dat ik er niet op uit ben Cristina in te halen. Ik ben hier om de race uit te lopen. En trouwens, ze zit nog 2 uur voor me, dus ook met 45 minuten tijdstraf schiet ik daar niet veel mee op.

Bloembakken en bankjes

Als ik Edolo uitloop en begin aan een nieuwe klim, kan ik door de vele uren zonder slaap mijn ogen bijna niet meer open houden. Langs het pad zie ik opeens allerlei bloembakken en bankjes. Maar er is hier niets. Ik loop door, maar blijf bloembakken en bankjes zien die er niet zijn. Ik merk dat ik al lopend bijna in slaap val. Dit gaat niet goed. Ik moet nu echt even slapen voor er ongelukken gebeuren. Het lijkt alsof ik een soort bankje zie, maar vertrouw mijn ogen niet. Ik loop er voorzichtig naar toe en voel of dat wat ik zie er ook echt is. Het is een soort betonnen verhoging. Ik zet mijn mobiel op 5 minuten leg mijn rugzak als kussen neer. Nog voor ik lig, slaap ik.

Als na 5 minuten mijn wekker gaat, sta ik op en controleer ik of ik niet veel langer geslapen heb. Het voelt alsof ik ruim een uur heb geslapen. Wat was dat lekker om even te liggen en mijn ogen dicht te doen. Als ik me klaar maak om verder te gaan, komen er net twee 80-km lopers aan. Ik sluit bij ze aan. Vannacht is het beter om samen te lopen. Ik voel aan mijn lijf dat nog wat meer slaap verstandig is. Ik weet dat bij de volgende hut stretchers staan. Daar mag ik van mezelf straks een half uur slapen.
Eenmaal in de hut twijfel ik. Het tempo van de twee mannen is wel erg prettig, maar ik wil ook slapen. Ik vraag aan ze wanneer ze verder willen. Als ze aangeven dat ze niet lang willen blijven, besluit ik dat 5 minuten slaap ook wel genoeg is.

De eerste vrouw?

Als we weer het donker in gaan, heeft een derde 80-km loper zich bij ons aangesloten. Via de sms krijg ik door dat ik inloop op de eerste vrouw in de race en dat ik haar zou kunnen inhalen als ik dit tempo volhoud.

Onderweg vertel ik de mannen over de mogelijkheid om de eerste dame in te halen. Ondanks het feit dat het alleen mijn doel is om deze trail uit te lopen, merk ik dat de strijdlust voor de eerste plek zich opdringt. Als die kans er is, waarom zou ik er dan niet voor gaan? Ik voel me goed, dus knallen! De Italianen met wie ik loop denken er hetzelfde over.  Bij de volgende post vraag ik hoe ver Christina voor me zit. Daar vertellen ze dat ik de eerste vrouw ben die langs komt. Ik kijk vol ongeloof mijn drie Italianen aan. Dit kan toch niet? Ik de eerste vrouw? We hebben haar ongemerkt ingehaald.

We lopen verder door de nacht. Na verloop van tijd merk ik dat ik mijn ogen niet meer open kan houden. Eén van de Italianen heeft het door en zegt dat ik moet gaan slapen. Ik zeg tegen de anderen dat zij door moeten lopen, maar dat willen ze niet. Even rust vinden ze ook wel fijn. Ter plekke ga ik op een struik liggen en val in slaap voor een power nap van 5 minuten. Wat super dat ze op me wachten. En wat knap ik op van 5 minuten slaap.
Deze tweede nacht is heel anders dan de vorige. Het is helder, er is een prachtige sterrenhemel. Ik voel me alsof ik met bondgenoten op pad ben met een belangrijke bericht dat we zo snel mogelijk moeten bezorgen.
Bij de volgende post krijg ik door dat Gabriella (eerst nog nummer 3) Christina heeft ingehaald en nu aan het inlopen is op mij, dus niet te lang pauzeren. We snellen ons door de bergen en door de nacht.

Dan volgt de laatste afdaling en een nieuwe dag breekt aan. De mannen hebben last van hun knieën bij het afdalen en minderen vaart. Ik moet maar gaan, zeggen ze, want ik moet mijn plek verdedigen. Maar dat voelt niet goed. We hebben een groot deel van de nacht samen gelopen en zij hebben op mij gewacht. Nu wacht ik op hen. We dalen rustig af. Ik voel me goed, ik voel me sterk en weet dat als Gabriëlla echt dicht bij me komt, dat ik er dan alsnog vandoor kan gaan voor een eindsprint. Maar gelukkig is dat niet nodig.

Al pratend over nieuwe plannen en koud bier lopen we naar het dorp waar de finish op ons wacht. Er zijn opeens een heleboel verschillende gevoelens in mijn lijf. Ik voel me super blij, want ik heb het gehaald. Mijn lijf voelt nog goed en ik ben ook nog eens eerste vrouw. Maar het gevoel is dubbel, want onze tocht is ten einde, mijn tocht is ten einde. De flow van het onderweg zijn in deze mooie bergen stopt. Het was mooi, het voelde zo goed, maar het is voorbij.

Blijdschap

Als ik onder de finishboog door ren, word ik feestelijk onthaald door mijn vier Nederlandse vrienden. Ik deel ik mijn blijdschap met mijn drie Italiaanse kameraden. Wauw, wat voel ik me goed. Ik geniet en lach en kan alleen maar stralen, alsof ik licht geef.
Ik, die me afvroeg of ik 180 km en 11.000 hoogtemeters wel aan kon.

Splash this around